Houdgreeppreventie

Bedrijven zijn de afgelopen jaren in rap tempo afhankelijker geworden van de banken. Krediet was zo goedkoop en snel beschikbaar dat er naar alternatieve bronnen van financiering, zoals aandelen en obligaties, nauwelijks nog werd omgekeken. Die eenzijdigheid in bedrijfsfinanciering wreekt zich nu.

Door de sterke nadruk op cashflow zijn de leencapaciteit en daarmee de balansverhoudingen bij bedrijven verder opgerekt. Soms dusdanig dat er, nu de economie tegenzit, acuut financieringsproblemen ontstaan en ze in de houdgreep van de banken komen.

Vooral bedrijven die de afgelopen jaren op goedkoop krediet snel zijn gegroeid en vaak een financiële buffer missen, zijn het slachtoffer. Diverse bedrijven zitten nu met de banken rond de tafel om over nieuwe leenvoorwaarden te praten en nemen tegelijkertijd opnieuw hun financieringsstructuur onder de loep.

Eendimensionale oplossingen in de vorm van alleen herziene kredieten zijn schaars geworden. In de afgelopen maanden hebben bedrijven uiteenlopende oplossingen bedacht om een gewenste herkapitalisatie te bewerkstelligen. Uiteraard zien we dat aandeelhouders wordt gevraagd bij te storten. Dat gebeurt zowel in de private equity- en beursgenoteerde hoek als bij familiebedrijven.

Ook zien we uitgiftes van achtergestelde leningen en (converteerbare) obligatieleningen, preferente aandelen en warrants, vaak in combinatie, en een duidelijk verhoogde belangstelling voor factoring en zero working capital.

Verschillende bedrijven herbezinnen zich hiernaast proactief op hun huidige financieringsstructuur. Passen de huidige financieringsstructuur en gemaakte afspraken nog bij deze tijd, of kunnen die op een gegeven moment onnodig een struikelblok worden? Hebben we wel voldoende buffers en spreiding in ons kapitaal aangebracht? Zijn we niet te afhankelijk van de banken geworden, nu deze zelf ook onder druk staan?

Er wordt nadrukkelijker gekeken naar alternatieven voor krediet en een bredere spreiding van het risicodragend kapitaal. Wolters Kluwer heeft het treasurybeleid reeds enkele jaren terug bewust gericht op het minder afhankelijk worden van de banken, zo las ik in het FD. In 2008 haalde de onderneming in dit kader geld op met de uitgifte van obligatieleningen en een achtergestelde lening.

De kunst is om er tijdig bij te zijn. Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker nu we midden in een economische recessie zitten. Maar een eventuele herfinanciering kan beter vanuit eigen kracht gebeuren dan te wachten totdat convenanten dreigen te worden gebroken.

Zeker onder de huidige omstandigheden is zelf aankaarten altijd beter dan afwachten tot er zich problemen aandienen. Het is zeker niet zo dat een herfinancieringsoperatie altijd direct noodzakelijk of opportuun is, al was het alleen al vanwege de hoge kosten van het openbreken van bestaande kredietovereenkomsten.

Een uitkomst kan bijvoorbeeld een herdefiniëring van ‘verouderde’ (niet meer passende) convenanten zijn. Ook kan een uitkomst zijn dat het beleid anders moet worden ingericht, zodat bijvoorbeeld minder sterk wordt gestuurd op de laagste vermogenskostenvoet.


PROACTIEF
Een proactieve herbezinning op de financieringsstructuur vereist voorbereiding en een bepaalde mate van transparantie. Het zou goed zijn als bedrijven duidelijker en op meer structurele wijze laten aangeven hoe hun beleid eruitziet en welke speerpunten ze hebben ten aanzien van optimalisatie van de financieringsstructuur. Als het geen acuut probleem vormt of dreigt te worden, is dit nog vaak een ondergeschoven kindje waar alleen reactief en slechts in beperkte mate over wordt gecommuniceerd.

En dat terwijl de gewenste financieringsstructuur naadloos zou moeten aansluiten bij de ondernemingsstrategie en er dus veel voor te zeggen is dat deze op een net zo’n consistente wijze wordt uitgedragen. Een dergelijke proactieve herbezinning op de financieringsstructuur ligt zeker in deze tijden gevoelig.

Het is belangrijk om ervoor te waken dat er bij stakeholders een verkeerd beeld ontstaat, als zou de onderneming in de problemen zitten of wellicht snel in de problemen kunnen komen. Mogelijke effecten worden nog wel eens onderschat en kunnen schade toebrengen aan de reputatie van de onderneming.

Als onverhoopt toch direct moet worden ingegrepen, doe dit dan zo snel mogelijk en zorg in één keer voor meer dan voldoende financiële armslag. Niets is dodelijker voor het vertrouwen dan in korte tijd opnieuw terugkeren naar de kapitaalmarkt.