Werkgevers en werknemers spraken een gemiddelde loonsverhoging af van 3,4%.

Werkgevers en vakbonden hebben vorige maand gemiddeld de hoogste loonsverhogingen afgesproken in dertien jaar. Dat constateert AWVN, naar eigen zeggen de belangrijkste adviseur van Nederlandse werkgevers voor arbeidsvoorwaarden.

Er werden in april 26 nieuwe cao-akkoorden afgesproken voor ongeveer 230.000 werknemers. De gemiddelde loonsverhoging kwam uit op 3,4 procent op jaarbasis, van 3,1 procent in maart. Zo'n hoog maandgemiddelde is volgens de gegevens van AWVN sinds de financiële crisis van 2008 en 2009 niet meer voorgekomen.

Sinds het voorjaar van vorig jaar lijkt al sprake van een opwaartse trend in de loonafspraken, aldus de organisatie. Dit wordt gedreven door het economisch herstel uit de coronacrisis. Het zou gaan om een "vrij normaal patroon". De lonen gaan doorgaans met enige vertraging omhoog als de economie weer begint aan te trekken.

In totaal zijn dit jaar al ruim 140 cao’s afgesloten voor 1,9 miljoen werknemers. Hun lonen gaan gemiddeld 2,9 procent omhoog. In heel 2021 bedroeg het gemiddelde nog 2,1 procent.

AWVN merkt op dat er in de cao's dit jaar ook "opvallend vaak" een vast minimumbedrag wordt afgesproken om de lonen te verhogen, naast de "gewone" procentuele afspraken. Hierdoor gaan veel werknemers met een laag salaris er verhoudingsgewijs meer op vooruit. Daarmee zouden werkgevers hun zorg tonen voor de koopkrachtproblemen van juist de lagere inkomensgroepen, want mensen die weinig te besteden hebben worden momenteel extra hard getroffen door de hoge inflatie.

(ANP)