Een holding heeft alleen recht op aftrek van aan hem in rekening gebrachte btw als sprake is van ondernemerschap voor de btw. Om een holding als btw-ondernemer te laten kwalificeren, wordt in de praktijk vaak een managementvergoeding berekend.

Onlangs besliste de Hoge Raad dat die vergoeding niet symbolisch mag zijn. Of een vergoeding reëel of symbolisch is, hangt af van de verhouding tussen de verrichte prestaties van de holding en de daarvoor ontvangen vergoeding.

Als er weinig diensten worden verricht, moet de vergoeding dus gering zijn. De verhouding tussen de door de holding gemaakte kosten en de hoogte van de managementvergoeding is niet belangrijk.

In deze zaak gaat het om een holding die een vergoeding van 453 euro per kwartaal ontvangt. De gemaakte kosten bedragen 200.0000 euro. Die verhouding vond de Hoge Raad symbolisch.

Het is dus belangrijk dat men een reële vergoeding afspreekt voor de verrichte werkzaamheden. Als een vergoeding te laag is, bestaat geen recht op aft rek van voorbelasting.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Tax Update ism Deloitte