Hoge prijzen, lage prijzen

Praten over prijzen is in. Over de prijzen van voedsel, benzine en diesel schijnt iedereen het eens te zijn: veel te hoog. Krant en televisie brengen wereldwijde protesten binnen onze huiskamers. De politiek komt met de zeer voorspelbare, maar verkeerde suggestie om in te grijpen.

De betaalde politicus kan alleen bestaan bij de gratie van het afromen van inkomens van anderen. Economisch gezien voegt de overheid geen waarde toe, er is slechts sprake van herverdelen. De waarlijk groten van onze maatschappij zijn de vrouwen en mannen die economische waarde weten toe te voegen, de ondernemers.

Daarvoor is het bestaan van vrije markten essentieel. Ingrijpen van bovenaf leidt tot slechtere resultaten. Naast een hoge reguleringsdwang leidt een grote overheid, door de welhaast universele overlevingsdrang van organismen, tot een verder groeiende overheid.

Een krimpende overheid zal naar verwachting niet alleen lagere prijzen opleveren, maar zeker ook betrouwbaarder signalen. Want dat is de functie die prijzen in een vrije economie vervullen. Prijzen zijn het resultaat van onderhandelingen.

De koper is van mening dat het verkregen goed voor hem een groter belang vertegenwoordigt dan de hoeveelheid geld waarvan hij afstand moet doen. Voor de verkoper geldt het omgekeerde. Als de prijzen tot stand zijn gekomen zonder dwang, list en bedrog, is er sprake van een zuivere prijs.

De hoogte speelt daarbij geen enkele rol. Een arbeidsbeloning van tien miljoen euro is net zo zuiver als een van 50.000. Beide beloningen zijn door vrije, ongehinderde, onderhandelingen tot stand gekomen. Bij dergelijke prijzen kunnen ook geen tekorten of overschotten ontstaan.

Tekorten en overschotten zijn in beginsel het resultaat van verkeerd vastgestelde prijzen. Ondernemers kunnen niet anders dan uitgaan van verwachte prijzen en daarbij behorende verwachte hoeveelheden. Ondernemen is handelen onder onzekerheid.

Het marktproces wordt zo een ontdekkingsreis naar de prijs en hoeveelheid die overeenkomt met de wensen van de afnemers. Prijzen fungeren bij het volgen van dat proces als bakens. Betrouwbaarheid is daarbij van groot belang. Door verkeerde prijzen, het vanzelfsprekende gevolg van ingrijpen, kan het economisch leven lelijk van slag raken.

Te lage prijzen leiden tot te veel vraag en niet tot uitbreiding van de productie of het zoeken naar alternatieven.


KLAGEN
Of prijzen hoog of laag zijn, is niet relevant. De prijs dient op correcte wijze tot stand te zijn gekomen. Hoog of laag is een kwestie van de positie en situatie van degene die een oordeel uitspreekt. Daarbij speelt het welbegrepen eigenbelang een grote rol.

Voor mensen die op zoek zijn naar hun eerste koopwoning, voelt een hoge prijs anders dan voor mensen die reeds jaren een huis bezitten. De grote prijsstijgingen in de agrarische wereld zijn voor producenten plezierig, maar consumenten kijken vanuit een ander perspectief.

Zo is klagen over het prijsniveau niet veel anders dan het verdedigen van een groepsbelang. Natuurlijk wordt er ook gewezen op de sterk groeiende vraag uit de opkomende economieën. Maar vraag alleen is niet voldoende om prijzen in beweging te brengen.

Daarvoor is het nodig dat de vraag ook geëffectueerd kan worden en daarvoor is geld nodig. De laatste jaren is de geldhoeveelheid op ongekende wijze vergroot. Inflatie is het gevolg. De effecten van inflatie zijn voor de verschillende marktpartijen niet identiek. Daardoor verandert de relatieve prijsstructuur.

De functie van prijzen als baken wordt verder uitgehold. Dat is ernstig, maar de veroorzakers zijn zich kennelijk van geen kwaad bewust. Het is tijd dat de burger weer baas wordt over eigen geld.


Jan Vis is directeur bij Talanton Corporate Finance BV te Puttershoek en als adjunct-professor Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. Deze column geeft de persoonlijke mening van de auteur weer