Miljardensubsidies, arbeidspotentieel en expertise moeten bedrijven verleiden.

De Europese Unie heeft grote chipmakers meer dan alleen miljardensubsidies te bieden als het gaat om het opzetten van een grote halfgeleiderfabriek. Het landenblok herbergt genoeg werknemers, onderzoeksinstituten en bedrijven met waardevolle kennis om grote chipbedrijven uit Azië of de Verenigde Staten te lokken.

Dat zei Eurocommissaris Thierry Breton voor Industrie tijdens een bezoek aan chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven.

Breton heeft zich ten doel gesteld de Europese halfgeleiderindustrie weer prominent op de wereldkaart te zetten. In plaats van de huidige 10 procent, moet de EU binnen een decennium goed zijn voor 20 procent van alle chips die ter wereld worden gemaakt.

Daarvoor moet een grote halfgeleiderfabriek in de EU komen en op termijn moeten op Europese bodem de geavanceerdste chips worden geproduceerd. Ook streeft hij een Europese alliantie voor de chipindustrie na.

"We willen alles in Europa doen, om autonomer te worden. Sorry voor de vergelijking, maar we hebben bij coronavaccins gezien hoe belangrijk dat is", zei Breton, die ook verwees naar de chipschaarste waar autofabrikanten al maanden onder lijden. "Je hebt hier de ecosystemen en de competenties. Gelukkig hebben we dat, want je kunt niet uit het niets een halfgeleiderfabriek opzetten."

Een grote troef is volgens de Fransman ASML, dat als enige in staat is de meest geavanceerde machines voor de productie van chips te maken. Ook het Belgische onderzoeksinstituut Imec prees hij als een van de belangrijkste organisaties voor de chipsector ter wereld. "Voor het herstellen van de machtsbalans, hebben we hier de juiste munitie."

ASML heeft zich volledig achter de Europese chipalliantie geschaard, zegt topman Peter Wennink. De markt zal in waarde verdubbelen en veel van de rekenkracht zal verschuiven naar verbonden apparaten en machines, waardoor nog krachtigere chips nodig zijn. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat je voor de geavanceerdste technologie toch echt een fabrikant van buiten de EU moet binnenhalen, omdat de benodigde kennis hier niet aanwezig is. "Natuurlijk wil je hier deel van uitmaken. We willen meer geografische spreiding mogelijk maken."

Feit blijft volgens Breton dat de EU grote sommen geld moet investeren in de komst van een grote chipfabriek. Die zijn ook beschikbaar. Alleen al door het opzetten van een zogeheten belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang, waardoor lidstaten innovatieprojecten gemakkelijker kunnen steunen, komt volgens hem 7 miljard euro vrij voor de chipsector.

Ook via andere instrumenten zijn er miljarden te besteden. "We moeten inderdaad subsidies verstrekken. Het is een dure industrie, maar onmisbaar", zei hij.

(ANP)