Het dividendbeleid van Air France - KLM onder de loep: winst reserveren of uitkeren aan aandeelhouders?

De minderheidsaandeelhouders van KLM komen al enige tijd op tegen het beleid van de grootaandeelhouder Air France - KLM om een groot deel van de winst van KLM te reserveren in plaats van als dividend uit te keren. Hoewel hun poging om het besluit tot reservering van een deel van de winst over 2008 in een gewone rechtbank procedure ongedaan te maken, niet slaagde, kwam de Ondernemingskamer hen onlangs wel tegemoet. De Ondernemingskamer gelastte een onderzoek naar het dividendbeleid van KLM over de jaren 2004 - 2011. Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken?


Wat speelde er bij KLM?
Uitgangspunt is dat de aandeelhouders recht hebben op de winst van een vennootschap. Daar is geen sprake van indien de statuten anders bepalen. De statuten van KLM bepalen dat door de vergadering van houders van prioriteitsaandelen (Air France – KLM) de winst kan worden gereserveerd, na overleg met de directie en de raad van commissarissen van KLM.

De minderheidsaandeelhouders van KLM zijn van mening dat Air France – KLM in het kader van het dividendbeleid onvoldoende rekening houdt met hun belangen: het door KLM uit te keren dividend zou telkens gelijk worden gesteld aan het dividend dat door  Air France KLM aan haar aandeelhouders wordt uitgekeerd en dat zou niet redelijk zijn nu KLM meer winst maakt dan Air France – KLM.

De procedure het dividendbesluit van tafel te krijgen

In een procedure bij de rechtbank hebben de minderheidsaandeelhouders geprobeerd het besluit van Air France -KLM om de winst over 2008 gedeeltelijk te reserveren ongedaan te maken. Tot en met de hoogste rechter kregen de minderheidsaandeelhouders ongelijk.

De rechter was van mening dat aan het door de statuten voorgeschreven overleg met de directie en de raad van commissarissen geen verdere eisen konden worden gesteld: voldoende was dat dit overleg had plaatsgevonden. Of de belangen van de minderheidsaandeelhouders daarin ter sprake waren gekomen was niet relevant. Daarnaast was volgens de rechter het besluit tot reservering niet onredelijk gelet op de belangen van KLM bij reservering van de winst. De rechter stelde daarbij voorop dat de door Air France – KLM toegepaste afweging van de belangen van KLM bij reservering en die van de minderheidsaandeelhouders bij uitkering slechts zeer terughoudend door de rechter kan worden getoetst.

De enquêteprocedure

De enquêteprocedure biedt (minderheids)aandeelhouders de mogelijkheid het dividendbeleid over een aantal jaren in samenhang te laten beoordelen. De hoogste rechter had al eens uitgemaakt dat het jaren oppotten van (een gedeelte van de) de directie de minderheidsaandeelhouders kan benadelen waardoor sprake zou kunnen zijn onbehoorlijk beleid.

Ook bij KLM was de Ondernemingskamer van mening dat KLM mogelijk onzorgvuldig ten opzichte van haar minderheidsaandeelhouders had gehandeld door een aantal jaren achter elkaar de winst te reserveren. De belangrijkste aanwijzing daarvoor was dat de winstuitkering van KLM telkens ongeveer gelijk was aan hetgeen Air France – KLM aan haar aandeelhouders uitkeerde.  

Daarnaast was een aanwijzing dat het dividendbeleid onzorgvuldig was dat de directie en raad van commissarissen geen openheid van zaken hadden gegeven aan de minderheidsaandeelhouders over het door de statuten voorgeschreven overleg tussen KLM – Air France en de directie en raad van commissarissen van KLM. De Ondernemingskamer vond daarbij erg belangrijk dat de macht om de winst te reserveren bij slecht één rechtspersoon, namelijk de prioriteitsaandeelhouder KLM – Air France, lag. Het statutair voorgeschreven overleg was daarmee een belangrijke waarborg voor minderheidsaandeelhouders, zodat zij recht hadden op openheid van zaken hadden daaromtrent. Die openheid van zaken hadden de minderheidsaandeelhouders niet gekregen.

Een onderzoek naar het dividendbeleid van KLM over de jaren 2004-2011 achtte de Ondernemingskamer dan ook op zijn plaats.

Lessen voor de praktijk
Uit de beschikking van de Ondernemingskamer kunnen de volgende lessen worden getrokken.

Ten eerste dienen bestuurders te zorgen voor waarborgen voor minderheidsaandeelhouders indien de macht om te besluiten over de winstreservering toekomt aan slechts één rechtspersoon. Er ligt dan een taak van het bestuur om minderheidsaandeelhouders goed te informeren over de besluitvorming rond de winstreservering en om ervoor te waken dat rekening wordt gehouden met de belangen van die minderheidsaandeelhouders.

Daarnaast dient het besluit tot reservering goed te worden gemotiveerd. Dat geldt des te meer wanneer het beleid om (een groot deel van de) de winst te reserveren een reeks van jaren voortduurt. Dan moet het bestuur – voor zover hem bij statuten een rol wordt toegekend in de besluitvorming rond de winstreservering – duidelijk kunnen maken waarom het in het belang van de vennootschap is dat de winst gedurende een reeks van jaren wordt opgepot. Kan hij dat niet, dan kunnen de besluiten tot winstreservering ongedaan worden gemaakt, indien de Ondernemingskamer meent dat de reservering van de winst over de loop van tijd wanbeleid oplevert.

Het is wel de vraag wat de gevolgen zijn van het ongedaan maken van de reservering van de winst. In het geval van KLM lijkt het erop dat de minderheidsaandeelhouder niet uit is op nog enig aanvullend dividend, maar probeert te realiseren dat haar de aandelen in KLM alsnog worden overgenomen door Air France - KLM.

Koen Rutten en Dorieke Smedts zijn advocaat bij Wijn&Stael Advocaten te Utrecht