Bij herhaling stak minister Bos afgelopen najaar de beschuldigende vinger uit naar de verzamelde aandeelhouders. Hun zucht naar kortetermijngewin had flink bijgedragen aan de economische neergang, aldus de minister.

Wij voelden ons daar niet bepaald door aangesproken. Waar waren in dit verhaal de aandeelhouders die juist oog hebben voor de lange termijn? Koester ze, minister Bos, want deze partijen komen goed van pas bij het bestrijden van sommige hardnekkige crisisverschijnselen.

Twee, drie keer per jaar spreken wij uitvoerig met de CEO’s en CFO’s van de bedrijven waarin wij deelnemen. Zulke gesprekken gaan niet alleen over de huidige stand van zaken – omzet, balans, eigen vermogen, financiering. Ook de strategie voor de langere termijn staat hoog op de agenda.

De laatste maanden voert één bepaald woord steeds de boventoon in die gesprekken: bankconvenanten. Want naast vraaguitval is het vooral de haperende kredietverstrekking die bedrijven momenteel raakt.

De afspraken met huisbankiers zijn zienderogen verslechterd. Het percentage toelaatbare schuld van het eigen vermogen is naar beneden bijgesteld; de limiet aan rentevergoedingen verlaagd. Niet eens denkbeeldig is de vraag of en wanneer de geldkraan dichtgaat. Hoe ga je als financieel leider om met deze nieuwe realiteit?

Mijn advies: investeer in de relaties met je aandeelhouders voor de lange termijn. Zoek de dialoog – binnen de grenzen van de wet natuurlijk – en probeer deze partijen aan je te binden. Wat nu telt, zijn investeerders die constructief willen meedenken. Die niet uitsluitend in goede tijden van de groei willen profiteren, maar ook bereid zijn naar oplossingen te zoeken in tijden dat het wat minder gaat. Scheid met andere woorden het kaf van het koren.

Als professioneel aandeelhouder ontwikkel je in de loop der jaren een fijne neus voor de kwaliteit van bedrijfsbesturen. Heeft het management grip op de situatie? Is het in staat op heldere wijze met zijn belangrijkste stakeholders over de uitdagingen te communiceren? De netelige positie van conventionele kredietverstrekkers indachtig draait het in deze tijd vooral om de toegevoegde waarde van langetermijnaandeelhouders.

Financieel managers met oog voor de kwaliteit en continuïteit van hun bedrijf herkennen en waarderen die rol. Ook de banken kijken in toenemende mate naar de rol van grootaandeelhouders. Hun bereidheid tot kredietverstrekking neemt toe, naarmate deze partijen een actievere en meer op de lange termijn gerichte betrokkenheid tonen.

In deze tijd werken aandeelhouders die bereid zijn wat extra vermogen in hun deelnemingen te steken als haarlemmerolie op financiële instellingen. Of aandeelhouders die verder kijken dan de dividenduitkering van dit jaar. Die wellicht bereid zijn nieuwe aandelen te kopen. Of die misschien wel overwegen zelf een lening te verstrekken.

In deze tijd gaat het dus vooral om de verschillen tussen aandeelhouders die voor het kortetermijngewin gaan, en hun tegenpolen die over een langere adem beschikken. Ik merk dat dit besef al bij veel financieel bestuurders in Nederland is doorgedrongen. Voor minister Bos zou dat toch een fraaie opsteker moeten zijn.