Goede toezichthouders net zo zeldzaam als goede bestuurders

Hoe komt het dat toezichthouders zo vaak falen? Rabo en SNS Reaal recent, eerder DSB, Ahold, ABNAMRO, Amarantis, COA, IJsselmeerziekenhuizen en Rochdale: het zijn bekende voorbeelden van schandalen waarbij toezichthouders niet of te laat ingrepen.

Hans de Hoog legt in zijn boek ‘De Toezichthouder - Praktijkvoorbeelden van opportunistisch bestuur en falend toezicht.’ uit dat de rol van toezichthouder bijzondere eigenschappen vergt en een speciale mentaliteit. De Hoog is politicoloog en econoom en was o.a. werkzaam binnen de landelijke politiek, Delta Lloyd, Origin (Philips) en De Nederlandsche Bank.

Het werk ‘De Heerser’ van filosoof Niccolò Machiavelli (1469 – 1527) is een belangrijke inspiratiebron geweest voor het boek van de Hoog. Het mensbeeld dat Machiavelli schetste is niet bepaald positief, maar kan de toezichthouder helpen.  Zowel de interne als de externe toezichthouder moeten volgens de Hoog een strikt zakelijke verhouding hebben met het bestuur of de directie van een onder hun toezicht staande instelling. Lang niet iedereen heeft daar de juiste persoonlijkheid voor. De meeste mensen willen immers bemind worden en niet gevreesd.
 
Hans de Hoog: “Mensen die in een bestuurlijke positie worden geplaatst zijn als opportunisten gedwongen vanuit macht en invloed te denken en handelen. Opportunistische bestuurders hebben een hekel aan toezichthouders in hun primaire rol: het houden van toezicht. Bestuurders drukken toezichthouders daarom graag in secundaire rollen zonder macht (bijvoorbeeld coach, klankbord, adviseur, inspirator). Toezichthouders zijn naïef en vertrouwen de bestuurders, terwijl deze vanuit hun opportunisme geneigd zijn te manipuleren. Bestuurders zijn in het algemeen managers, die zichzelf echter na het kleinste succesje al ‘echte ondernemers’ vinden en dan neigen naar megalomanie. Zij accepteren en respecteren toezichthouders die hen kort willen houden niet. Daarvoor is noodzakelijk dat bestuurders de toezichthouder vrezen, maar dat is zelden het geval.”