GGZ-organisaties financieel onder druk

Ondanks hogere omzet en lagere kosten is de vermogenspositie van grote GGZ-organisaties onhoudbaar.

In 2019 steeg de omzet van de top-10 GGZ-organisaties met 5% naar 1,6 mrd euro. Dit is een opvallende groei van de grotere organisaties. Belangrijke redenen waren, naast de jaarlijkse tariefindexatie, een hogere productiviteit en de toename van het aantal behandelaren. Ook boekten verschillende instellingen eenmalige baten door de verkoop van vastgoed. Terwijl de personele kosten meegroeiden met de hogere opbrengsten, daalden de overige kosten naar gemiddeld 17 procent. Door de combinatie van de omzetgroei en kostenbeheersing verbeterde het bedrijfsresultaat naar gemiddeld 3 procent. De netto winst steeg vorig jaar aanmerkelijk, hoewel bij verschillende instellingen eenmalige baten uit het afstoten van vastgoed speelden.

Een en ander blijkt uit de Adstrat-benchmark van de financiële resultaten over 2019. Door de omzetgroei en afbouw van vastgoed verbeterde het kapitaalbeslag licht. De afslanking van vastgoed staat net als in verschillende andere zorgsegmenten in de GGZ-sector al jaren hoog op de agenda om naar de toekomst tot een structureel financieel houdbare huishouding te komen. De benchmark maakt duidelijk dat diverse grotere instellingen nog steeds een aanzienlijke vastgoedpositie hebben, ondanks het verder reduceren van gebouwen. Daarnaast bleef het  werkkapitaalniveau in 2019 praktisch gelijk op ongeveer -1 procent van de omzet.

Onhoudbare vermogenspositie

Hoewel de financiële positie verbeterde, blijft de vermogenspositie niettemin nog steeds kwetsbaar. Uit de Adstrat-benchmark komt naar voren dat de GGZ-organisaties een goede solvabiliteit kennen, maar voor een houdbaar financieel vooruitzicht de schulddekking feitelijk te laag blijft. Verschillende instellingen houden een te hoge schuld in verhouding tot hun resultaatontwikkeling. Dat komt goed naar voren in de liquiditeitspositie. Ondanks een positieve current ratio, blijft wat betreft de kasstroomontwikkeling de liquiditeitspositie van de grotere instellingen onder druk staan en teerden vorig jaar verschillende grotere GGZ-organisaties in op hun financiële reserves.

"Dat is geen houdbare situatie," zegt Gérard Brockhoff, partner bij Adstrat. "Voor een financieel bestendige positie zal naar de toekomst de schuld van de grotere instellingen verder moeten worden teruggebracht. Dat vraagt voor verschillende instellingen vermoedelijk aanvullende strategische keuzen in de mix van behandeling en regio's. De afbouw wordt dit jaar in elk geval een uitdaging, omdat de coronacrisis naar verwachting een forse, negatieve impact zal hebben op de omzet- en resultaatontwikkeling in de GGZ-sector." Volgens Brockhoff zou het voor de financiële ontwikkeling goed zijn als de instellingen hun vastgoedlocaties verder weten af te bouwen en zorgverzekeraars en banken dit jaar tijdelijk begrip tonen in vergoedingen en aflossingen.

[trainging_advertorial]

(bron: Adstrat)