De OESO publiceerde onlangs de conceptversie van het gewijzigde OESO-modelverdrag. Het concept voorziet in veranderingen waarover in eerdere conceptversies al is gepubliceerd. De meest recente versie van het Verdrag roept een arbitrageprocedure in het leven.

Deze procedure heeft als doel om bij onderlinge overlegprocedures overeenstemming te bereiken. In het Verdrag staan nieuwe bepalingen over de allocatie van winst aan een vaste inrichting en de introductie van een zogenoemde service vaste inrichting.

Ook is het antidiscriminatie-artikel gewijzigd. Opvallend genoeg voorziet de conceptversie van het Verdrag ook in een aantal technische wijzigingen die niet eerder zijn gepubliceerd. Daarnaast wijzigt het feitelijke leidingconcept.

Nu is hiervoor de plaats waar men de meest belangrijke beslissingen neemt, van doorslaggevende betekenis. Straks zijn alle relevante feiten en omstandigheden bekeken om te bepalen van waaruit de feitelijke leiding wordt gegeven.

Ook over dual resident-entiteiten in driehoeksverhoudingen zijn de inzichten gewijzigd. Een voorbeeld: Een entiteit is op grond van de binnenlandse regelgeving onderworpen aan belasting in land A. Omdat de feitelijke leiding van de entiteit in land B is gevestigd, verviel deze onderworpenheid.

De OESO vindt dan dat deze entiteit niet langer aanspraak kan maken op voordelen uit door land A gesloten belastingverdragen. Andere wijzigingen gaan over de aanpassing van de defi nitie van royalty’s, de berekening van de 183-dagenperiode en de voorkoming van dubbele belasting bij verschillen in kwalificatie.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Tax Update ism Deloitte