Het prijskaartje van de energietransitie: 6 biljoen euro.

Om de opwarming van de aarde binnen de 1,5 graad te houden, is wereldwijd onder andere een investering nodig van zeker 6 biljoen euro in hernieuwbare energie. Dat komt neer op 7 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. Het geld moet onder meer worden gebruikt voor uitbreiding van de netwerken, maar ook gestoken worden in energietechnologie.

Dat becijferde advies- en ingenieursbureau Arcadis in een nieuw rapport waarin modelberekeningen zijn gebruikt om te onderzoeken hoe de internationale energiesector de uitstoot van broeikasgassen naar nul kan krijgen.

De investeringen zullen uiteindelijk leiden tot voordelen voor de samenleving en de economie, aldus de onderzoekers. Als de overgang goed verloopt zal de energierekening van consumenten op termijn ook dalen. Arcadis hoopt dat het rapport helpt om de discussie rond de energietransitie vorm te geven. Ook moet het een gevoel van urgentie creëren in de politiek en in de energiesector.

Volgens Arcadis bevestigt het rapport dat de wereld de ambitie om uitstootneutraal te worden niet haalt, als de mondiale energiesector er niet in slaagt snel koolstofvrij te worden en zijn duurzame opwekkingscapaciteit vergroot. Volgens het adviesbureau is er een sleutelrol voor de energiesector. Alle landen in dit rapport zouden hun emissies in de energiesector tegen 2029 moeten halveren, de meeste van hen binnen de komende vier jaar.

"Het creëren van een energieneutrale sector is essentieel omdat dit de rest van de economie in staat zal stellen koolstofvrij te worden", aldus Arcadis-bestuurder Alexis Haass, die onder andere over duurzaamheid gaat. De studie maakt gebruik van een macro-economisch model van mondiale economische en energiesystemen en belicht gegevens van tien markten: Nederland, Australië, België, Brazilië, China, Frankrijk, Duitsland, India, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Volgens het klimaatrapport van VN-panel IPCC is opwarming van de aarde met minder dan 1,5 graad al niet meer haalbaar. Daarnaast is het stijgen van de zeespiegel onomkeerbaar. Evengoed is een sterke vermindering van de CO2-uitstoot en van andere broeikasgassen essentieel om de klimaatverandering te beperken.