De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was per 31 maart 2014 gelijk aan 109%. Dat is een daling van één procentpunt ten opzichte van de vorige maand.

De daling komt voornamelijk doordat de rente daalde, waardoor de waarde van de verplichtingen is gestegen. Hoewel het vermogen door positieve rendementen in de maand maart ook toenam, compenseert dit de stijging van de verplichtingen niet volledig.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Pensioensector stagneert
“Het herstel van de pensioenfondsen blijft broos,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt. Hij wijst erop dat de dekkingsgraad dit jaar niet verder is gestegen. Pensioenfondsen hebben nog maar negen maanden tot de overgang naar het nieuwe Financieel Toetsingskader dat ingaat per 1 januari 2015.

“Het is nog niet duidelijk hoe de huidige ontwikkeling van de dekkingsgraad zich vertaalt onder die nieuwe regels. De staatsecretaris heeft onlangs het nieuwe parameterbesluit gepubliceerd, maar de nieuwe rekenregels zijn nog niet bekend. Doordat de nieuwe rekenregels zo laat pas bekend worden gemaakt, begint de tijd voor pensioenfondsen te dringen om zich goed voor te bereiden.”

Waarde verplichtingen licht gestegen
De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen steeg in maart met ongeveer 1,5%. Dat komt doordat de rente is gedaald, waardoor ook de driemaands gemiddelde rente daalde. De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen wordt berekend volgens de driemaands gemiddelde marktrente met Ultimate Forward Rate.

Ook vermogen pensioenfondsen stijgt
Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is in maart eveneens gestegen. Het totale vermogen steeg per saldo met 0,6%. Deze stijging wordt voornamelijk verklaard doordat de waarde van de obligatieportefeuille met 0,9% toenam. Daarnaast nam de waarde van de aandelenportefeuille met 0,8% toe. Met name Noord-Amerikaanse aandelen en aandelen van opkomende landen kenden positieve rendementen. Indirect vastgoed kende een negatief rendement van -0,9%.

Bron: Aon Hewitt