De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was per 31 januari 2014 gelijk aan 110%. Dit is een stijging van nauwelijks een procentpunt ten opzichte van eind december 2013.


Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) zijn er nog 38 fondsen die mogelijk additioneel moeten korten. Hoewel een aantal grote pensioenfondsen afgelopen vrijdag bekend maakte niet te hoeven korten, is het herstel van de fondsen volgens Aon Hewitt nog broos.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Waarde verplichtingen licht gestegen
De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen steeg in januari met ongeveer 0,6%. Dat komt doordat de driemaands gemiddelde rente licht daalde. De waarde van de verplichtingen van pensioenfondsen wordt berekend volgens de driemaands gemiddelde marktrente met Ultimate Forward Rate.

Vermogen pensioenfondsen eveneens gestegen
Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is in januari eveneens gestegen. Het totale vermogen steeg per saldo met 1,2%. Daarbij stegen obligatiekoersen met gemiddeld 3,6% door de daling van de marktrente. De aandelenportefeuille nam in januari echter met 2% in waarde af. Met name in het tweede deel van januari daalden de aandelenkoersen, waarbij de grootste dalingen in de opkomende markten plaatsvonden.

Omdat pensioenfondsen meer investeren in obligaties dan in aandelen, heeft de waardestijging van obligaties de waardedaling van aandelen kunnen compenseren.

Druk op additionele kortingen neemt toe
Volgens De Nederlandsche Bank verkeerden op 31 december 2013 nog 38 pensioenfondsen in onderdekking. “Voor deze fondsen neemt de druk toe om per 1 april 2014 een korting toe te passen,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt.

De vijf grootste pensioenfondsen publiceerden afgelopen vrijdag de definitieve dekkingsgraad per ultimo 2013. Pensioenfonds ABP, Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en BPF Bouw komen boven de minimaal vereiste dekkingsgraad uit. Voor PME en PMT is dit niet het geval. “PMT kondigde desondanks aan niet additioneel te korten, omdat de dekkingsgraad half januari boven het minimaal vereiste niveau lag. Het is echter nog maar de vraag in hoeverre DNB rekening houdt met de ontwikkeling van de dekkingsgraad in januari,” stelt Driessen.

Ondanks broos herstel worden pensioenen verhoogd
De fondsen die nu niet hoeven te korten, zijn nog niet uit de gevarenzone, waarschuwt Driessen. “Het herstel van de pensioenfondsen is broos. Veel fondsen staan grotendeels bloot aan aandelenrisico’s en deels aan renterisico’s. Een schok op de aandelenbeurzen kan direct leiden tot een verslechtering van de dekkingsgraad en ervoor zorgen dat de kritieke grens van onderdekking weer gepasseerd wordt.”

2014 wordt gezien als een overgangsjaar voor de bepaling van de dekkingsgraad en de consequenties daarvan. “Schokken die in 2014 optreden worden meegenomen naar het nieuwe Financieel Toetsingskader. Dit nieuwe kader zal naar alle waarschijnlijkheid vanaf 1 januari 2015 van kracht worden. De combinatie van nu indexeren en het optreden van mogelijk negatieve financiële schokken verslechtert de uitgangspositie voor het nieuwe kader.”

PFZW maakte vrijdag bekend de pensioenen met 0,94% te verhogen. ABP maakt de korting van vorig jaar van 0,5% zonder terugwerkende kracht ongedaan. BPF Bouw heeft de hoogste dekkingsgraad van deze drie, maar indexeert nog niet.

Bron: Aon Hewitt