Geen overdrachtsbelasting bij ontbreken beperkt zakelijk recht

Om te voorkomen dat al te gemakkelijk overdrachtsbelasting kan worden voorkomen, is bepaald dat ook de verkrijging van de economische eigendom van onroerende zaken als een belaste verkrijging kwalificeert. Hetzelfde geldt voor de verkrijging van de economische eigendom van rechten waaraan een onroerende zaak is onderworpen.

Bij rechten waaraan een onroerende zaak is onderworpen, kan worden gedacht aan beperkte rechten zoals een recht van erfpacht of een recht van opstal. De berechte casus Onlangs is door de Hoge Raad beslist dat geen sprake is van een belaste verkrijging voor de overdrachtsbelasting, indien een bestanddeel van een onroerende zaak wordt verkregen én dat bestanddeel niet is “verzelfstandigd” door de vestiging van een beperkt recht.

In de berechte casus was sprake van een aandeelhouder, die tezamen met zijn BV de eigendom had van een perceel (99% respectievelijk 1%), terwijl de BV voor eigen rekening een opstal liet bouwen op het perceel. Omdat geen recht van opstal werd gevestigd, werd de aandeelhouder door natrekking civielrechtelijk eigenaar van de opstal. De aandeelhouder kocht op een later moment de resterende 1% van het perceel van de BV en betaalde een vergoeding voor de voor rekening van de BV gevestigde opstal.

De Hoge Raad heeft beslist dat in een dergelijk geval geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de vergoeding die de aandeelhouder aan de BV betaalde voor de opstal. Hoewel de opstal zou kunnen worden verzelfstandigd (door vestiging van een recht van opstal), was dit in casu niet gebeurd. Onder die omstandigheden is er geen plaats voor heffing van overdrachtsbelasting.

Bron: Horlings Belastingadviseurs