Voorlopig kunnen gemeenteraden en raadsleden niet rekenen op extra financiële ondersteuning vanuit het rijk.

Dat zei minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot onlangs in een gesprek met de Nederlandse Vereniging van Raadsleden (NVR).

Zakkenvullers
Tijdens dat studiogesprek deed voorzitter Bahreddine Belhaj opnieuw een oproep om geld in het Gemeentefonds voor ondersteuning te oormerken, zodat zeker is dat ieder raadslid ondersteuning krijgt om zijn controlerende werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Volgens hem is nu het gevaar dat het onderwerp een politiek item wordt in de gemeenteraden, waarbij de ene partij pleit voor extra geld voor ondersteuning en de andere partij ‘zakkenvullers’ roept. “Dat moet je niet willen.”

Hij wijst er verder op dat het moeilijk is uit te leggen aan de inwoners dat je een buurthuis moet sluiten, maar meer geld uitgeeft aan de gemeenteraad. “Raadsleden zijn gepassioneerde mensen, met hart voor hun gemeente. Voor hen geldt: liever meer geld voor de stad en minder voor ons.”

Werkdruk
Meer ondersteuning zou volgens Belhaj de werkdruk van raadsleden kunnen verlagen en het animo voor het raadslidmaatschap kunnen vergroten. Belhaj bood Bruins Slot de bundel ‘Raadslid in de grote stad’ aan, waarin 29 raadsleden vertellen over hoe zij het raadslidmaatschap invullen en ervaren. In het inleidende hoofdstuk zegt Belhaj dat de werkdruk van raadsleden te hoog is en structurele oplossingen die werkdruk moeten verlagen, zodat de raadsleden de kwaliteit van het bestuur beter kunnen beoordelen. “Fulltime raadslidmaatschap is één van de opties om dat te bewerkstelligen.”

Zelf spreekt hij geen voorkeur uit. De leden zijn er erg verdeeld over. De werkdruk voor gemeenteraadsleden is nu voor het eerst een issue, ook in Den Haag, signaleert hij. “Men ziet dat het niet meer haalbaar is. Als iedereen het erover eens is dat we een probleem hebben, kunnen we ook gaan kijken naar een oplossing.”

Geen belofte
Minister Bruins Slot had eerder al eens gezegd “samen met anderen te willen werken aan goede randvoorwaarden voor het openbaar bestuur”, maar deed tegenover Belhaj geen beloftes over extra of geoormerkte financiële ondersteuning. Wel zei ze dat dit “hét moment is om het onderwerp op tafel te leggen”.

Ze wees erop dat samen optrekken door gemeenten belangrijk is. “Als gemeenten en griffies onderling contacten onderhouden en goed communiceren, zorg je ook van elkaar leert. Dat is iets waar je aan kunt werken als gemeenten in een regio. Door het maken van afspraken kun je elkaar versterken.” Ook noemde de minister de ‘uitvoeringstoets decentrale overheden’ (udo) die vóór invoering van nieuw rijksbeleid duidelijk moet gaan maken wat de effecten zijn voor medeoverheden. Ze erkende dat de financiën de afgelopen jaren niet overeenkomen met de toegekende taken aan gemeenten. Het gesprek hierover moet volgens haar “aan de voorkant” worden gevoerd, want “ook ik wil dat raden en gemeenten in staat zijn om hun taken goed uit te voeren”.

Bron: Binnenlands Bestuur
(Auteur: Wouter Boonstra)
https://www.binnenlandsbestuur.nl/