De roep om een nieuw ethisch reveil in de financiële sector klinkt steeds luider. Business schools gaan een nieuwe eed voor hun afgestudeerden invoeren, waarin zij beloven in de toekomst goed ethisch te handelen, en er is sprake van een beroepseed voor bankiers, waarin zij zweren het belang van de klant voorop te stellen en te zullen handelen in het belang van de samenleving.

Allemaal goede initiatieven, maar volgens Ronald Jeurissen, hoogleraar bedrijfsethiek aan de Nyenrode Business Universiteit, en René ten Bos, hoogleraar filosofie en organisatietheorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is het met de ethiek in het bedrijfsleven nog niet zo slecht gesteld. Jeurissen vindt dat de ethiek in ieder geval de afgelopen twee jaar niet is verslechterd. Ten Bos stelt dat de huidige economische crisis geen gevolg is van een ethische crisis, maar een weeffout in het neoliberalisme.


MENSELIJKE OVERMOED

De oorzaak van de kredietcrisis moet volgens Ronald Jeurissen worden gezocht in de menselijke overmoed ten aanzien van de techniek. “De kredietcrisis heeft te maken met het feit dat ethiek altijd achter de techniek aanrent. Ik geef altijd het voorbeeld van de Titanic: iedereen was mateloos optimistisch dat het zou lukken zo’n groot schip te bouwen en er veilig mee te varen. Er was sprake van menselijke overmoed ten aanzien van De roep om een nieuw ethisch reveil in de financiële sector klinkt steeds luider. Business schools gaan een nieuwe eed voor hun afgestudeerden invoeren, waarin zij beloven in de toekomst goed ethisch te handelen, en er is sprake van een beroepseed voor bankiers, waarin zij zweren het belang van de klant voorop te stellen en te zullen handelen in het belang van de samenleving. de techniek. De laatste jaren zien we een ongekend vertrouwen in financiële toptechnologie. Er is echter sprake van een vacuüm als het gaat om de kennis hoe hiermee om te gaan op het gebied van risicobewustzijn en ethiek. Dat doen we niet goed”, aldus Jeurissen.

“We moeten leren dat we toptechnologie gaan ontwikkelen op het gebied van media, financiën, computers en op het gebied van nanotechnologie. We moeten voorzichtiger zijn, maar in plaats daarvan maken we steeds meer vaart vanuit een houding van ‘niet zeuren, maar handelen’. Met onze oude technologie kunnen we onze nieuwe technologie niet meer overzien. We moeten beheerst omgaan met technologie en dat is geen dood in de pot, we gaan al snel genoeg in onze ontwikkelingen.” Kijkend naar de kredietcrisis voorziet Jeurissen dat we een aantal stapjes teruggaan en daarna beheerst groeien. “Ik geloof niet in technologische vooruitgang als oplossing, het gaat om de mensen die ermee om moeten gaan.”


REGULERING

Ethiek staat volgens Jeurissen voor het vermogen om je te beheersen in de zakenwereld, al dan niet in samenspel met concurrenten of regulering van de overheid. Het zakenleven hecht echter aan zijn vrijheid en komt steeds meer met vormen van zelfregulering in plaats van opgelegde regelgeving.

“De regering stelt zich op het standpunt dat er eerst wordt gekozen voor zelfregulering en als dat niet werkt, voor regulering vanuit de overheid. Dat is een handreiking in de corporate governance die vanuit Engeland is overgekomen: comply or explain. Als je het vanuit je eigen principes kunt doen, is dat goed. Je ziet ook dat bedrijven met sterke principes het goed doen. Bijvoorbeeld corporaties zoals de Rabobank. Die hebben niet zo veel exotische financiële producten en zijn niet aandeelhouderswaarde gedreven. De onderlingen in de verzekeringswereld werden lang als conservatief gezien, maar nu zijn ze progressief.” Nyenrode Business Universiteit houdt zich via het instituut van Business Ethics al twintig jaar bezig met ethische kwesties in het bedrijfsleven.

“We willen onze studenten duidelijk maken dat het gaat om andere waarden dan alleen de financiële aansturing. We willen hen competent maken in het signaleren en hanteren van morele dilemma’s, waardoor ze beter geschikt zijn als leider. We werken aan een besef van het belang van handelen voor normen en waarden. Het gaat om het zelfbeeld van een persoon, soms moet dat worden bijgesteld, waardoor een rijker mensbeeld ontstaat dat niet alleen wordt gedreven door eigenbelang.”

Naast het bevorderen van managers die sterker in de schoenen staan bij morele vraagstukken, blijft ook een goede managementcontrole van belang. Fraude in bedrijven begint vaak klein, volgens Jeurissen. “Het begint meestal met een cover up. Daar zijn veel cases over, waarvan de bekendste waarschijnlijk die van Nick Leeson is. Je weet dat je op de foute weg bent en toch ga je door. De filosoof en wetenschapper Kant stelde: ‘de wortel van het kwaad is dat we moedwillig de regels overtreden, terwijl we weten dat het verkeerd is’. Kant noemde dit het ‘radicale kwaad’: het onuitroeibare kwaad dat in de mens zit. We kunnen dan ook maar beter rekening houden met dit soort mogelijkheden en zorgen voor een goede managementcontrole.”

Volgens Jeurissen is het voorlopig gedaan met de geleidelijke ontwikkelingen die we de afgelopen decennia hebben gekend, en gaan we naar een tijd met zeer grote amplitudes en veel crises. “Dit vergt van het management dat het een crisis tijdig ziet en bespreekbaar maakt, zodat er eerder maatregelen getroffen kunnen worden bij de kans dat het misgaat.” “We moeten leren omgaan met meer soberheid”, is zijn boodschap, en volgens eigen zeggen kun je daar ook aan wennen.

“Niemand zegt van tevoren: Ik doe het met wat minder. Het zit in de mens dat hij meer en beter wil. We zijn prestatiegedreven en hebzuchtig. Volgens Hegel is het systeem van de economie gebaseerd op eigenbelang, economische noodzaak en de vrije ondernemer. Daar geloof ik in, maar we moeten kijken hoe we toch een leefbare samenleving kunnen opbouwen en daarbij nog steeds ondernemen. Je ziet gelukkig een opkomst van maatschappelijk verantwoord ondernemen en steeds meer bedrijven richten zich op het milieu in de vorm van duurzame innovatie. Er komen meer vrouwen in het bedrijfsleven, diversiteit is goed. Daarnaast moeten we ethiek en businesscases met elkaar verbinden. Er moet een cultuur komen van verantwoordelijkheid en duurzaamheid, waarbij zakelijk wordt gekeken naar selectieve groei.”


GEDRAGSCODE NUTTELOOS
Organisatiedeskundige en filosoof René ten Bos ziet niet veel in het invoeren van een ethische code. Het is volgens hem niet zo slecht gesteld met de ethiek en in zijn visie hebben we ethiek niet om dingen op te lossen. “De waarde van ethiek is onschatbaar en de samenleving kan niet zonder. We denken het te gemakkelijk te bereiken via een gedragscode, maar die zegt niets en is volkomen nutteloos.

Enron had een gedragscode die klonk als een klok, en je hebt gezien wat daar gebeurde. Codes moeten worden belichaamd door de mensen die in een organisatie werken en in het moeras van organisaties werkt ethiek echt anders dan in een sessie op de hei.” Ten Bos zoekt de oorzaken van de huidige crisis in weeffouten in het kapitalistische systeem.

“Je zag de afgelopen jaren de rol van managers veranderen van coördinator naar controller. De accountants hebben hun onafhankelijke intellectuele rol verloren en in de jaren tachtig en negentig kwam de gedachte op dat het management van een onderneming hetzelfde moest kunnen verdienen als aandeelhouders, omdat het anders minder gemotiveerd zou kunnen worden. Iedereen was gericht op snel geld maken en niet te kritisch denken, waarbij het groepsdenken de overhand kreeg. Max Weber betoogde dat tegenkrachten met elkaar balanceren, maar er ontstond in die tijd een centrale denktank die geen tegenspraak duldde. Organisaties moeten van binnenuit tegenpolen creëren die elkaar controleren. Externe controle versterkt alleen maar de neiging om de controleurs om de tuin leiden.”

Ons ethisch gevoel is ook volgens Ten Bos op orde, maar dat geldt niet voor onze moraal – dat wat je volgens hem werkelijk doorleeft. “Wanneer voel je een morele impuls om goed te doen?” vraagt hij, om vervolgens zelf het antwoord te geven. “Die impuls voel je nog voordat je gaat nadenken of je het wel of niet zult doen. We zouden allemaal goed willen doen, de neiging om goed te doen zit wel in ons, behalve dan bij psychopaten, en toch gebeurt het niet altijd.”

“Op ethisch niveau kun je gedragsregels formuleren om goed gedrag te bevorderen, maar de vraag is hoe je de morele impuls om goed te doen vasthoudt. Dat speelt een rol in organisaties, waar de ethiek zich vaak beperkt tot de eigen groep: je doet het goed voor elkaar. Het is een stuk lastiger om je verantwoordelijk te voelen voor iemand die ver weg is. Toch reiken de beslissingen die een CEO van een bedrijf neemt ver.” Voor Ten Bos is de term financiële crisis onjuist.

“Voor veel mensen in de wereld is het permanent financiële crisis. Dat ligt aan het basisprincipe van het kapitalisme. Ik leg het mijn kinderen uit aan de hand van een voorbeeld. Als mijn zoontje van twaalf een computergame wil kopen van 50 euro en hij heeft nog maar 10 euro gespaard, kan hij die andere 40 euro van mij lenen om de game te kopen. Door het hefboomeffect wordt zijn 10 euro dan meer waard. Mijn zoontje vraagt vervolgens: Wanneer wil je die 40 euro terug? Dat is een vraag die in de financiële sector niet gesteld mocht worden, totdat het mis ging. We wisten al lang dat het niet goed zou gaan, economen wisten het. Dit zit niet goed in het systeem, de derde wereld is de achterkant van het verhaal, maar dat wordt genegeerd. Dat heeft te maken met ons morele bereik. Moet je dat nu betitelen als onethisch? Dat kan, maar dat heeft weinig zin. We zijn geen soort waarvan de morele betrokkenheid ver reikt.”

“We moeten de weeffouten in het systeem niet terugbrengen tot morele kwesties. De discussie over ethiek heeft het aureool van schijnheiligheid. Denk maar eens aan de eed die bestuurders of consultants afleggen. Een morele impuls heeft te maken met stilte, de stem van je geweten die je vanbinnen voelt. Ik geef al jaren les op business schools, ik koop niets voor codes. Ze kunnen dingen ook verlammen. Moraliteit is een kwestie van goede impulsen die tegen kwade impulsen vechten. In de corporate wereld heerst een te gemakkelijke opvatting van moraliteit. Als je maar let op de ethiek, zo wordt er gedacht, dan komt het goed. Maar moraliteit ligt veel moeilijker. Je komt er nooit helemaal uit. Het gaat altijd om opties die haaks op elkaar staan. Het goede is verbonden met het kwade. Moraliteit is een ongemakkelijk gevoel. Je zou willen dat men dat meer begreep.”

We moeten volgens Ten Bos meer nadenken over de economie en over oorzaak en gevolg. “Iedereen kankert op de beloningsstructuren, maar daar zit het hem niet in. Ethiek is vooral een gevecht. Er is een collectief aspect dat gezamenlijk moet zijn, maar aan het persoonlijke pure affect, de emotionele situatie, wordt weinig aandacht besteed. We proberen affectsituaties zo veel mogelijk te torpederen, we moedigen het zeker niet aan dat iedereen moreel gaat doen. Kijk naar de klokkenluiders, er zijn maar weinig klokkenluiders in de financiële crisis. In Europa wordt je gezien als klikspaan en voor veel klokkenluiders loopt het slecht af. In de VS krijgen klokkenluiders veel meer waardering.”