Eurobiljetten- en munten worden in Nederland steeds minder gebruikt aan de kassa.

Dat concluderen De Nederlandsche Bank en de Betaalvereniging Nederland na onderzoek. De daling komt deels door de lockdowns om de coronapandemie te bestrijden. In plaats van afrekenen met contanten wordt ook steeds vaker contactloos betaald met pinpas, smartwatch of een andere wearable.

Circa een op de vijf betalingen was vorig jaar contant. Dat komt neer op 1,2 miljard aankopen. Dat was een jaar eerder nog 1,3 miljard, waarmee het aantal transacties met contanten met 11 procent terugliep. Vooral door mensen met een lager inkomen wordt vaker contant afgerekend. Bij deze groep was circa een op de drie aankopen bij de kassa met cash.

Het aantal pinbetalingen was met 4,5 miljard vorig jaar bijna gelijk aan een jaar eerder. Het percentage contante betalingen afgezet tegen het totaal nam op jaarbasis af van 22 procent naar 20 procent. Voor de coronacrisis werd bijna een op de drie betalingen contant afgerekend.

Met de cashbetalingen was vorig jaar een bedrag van 20,1 miljard euro gemoeid. Dat was een jaar eerder 21,4 miljard euro. De pintransacties waren goed voor 122,7 miljard euro, tegen 116,7 miljard euro in het eerste coronajaar.

Volgens de onderzoekers wordt er minder vaak cash betaald aan de kassa, maar gaat het wel om grotere bedragen. Op de gemiddelde kassabon stond vorig jaar een bedrag van 25,55 euro. Dat betekende een stijging van 18 procent op jaarbasis. Een deel van deze stijging is het gevolg van de hogere prijzen die consumenten moeten betalen. Consumentenprijzen lagen vorig jaar gemiddeld 2,7 procent hoger dan in 2020.