Wat als flexkrachten volgens de rechter toch werknemers zijn? Het gebeurt vaker.

Hoe riskant is het om een bedrijfsmodel te baseren op flexwerk? Het oordeel van Britse rechters dat taxichauffeurs van Uber werknemers zijn kost het technologieconcern in het eerste kwartaal 600 miljoen dollar.

Een groep chauffeurs die in het verleden via de app ritten in het Verenigd Koninkrijk uitvoerde, heeft volgens de hoogste rechtbank van het land nog recht op minimumloon en vakantiegeld. Om claims van chauffeurs uit het verleden af te wikkelen verwacht Uber daarom een fikse schadepost.

Het gebeurt vaker dat bedrijven zich verslikken in hun bedrijfsmodel dat gebaseerd is op flexwerk. Twee jaar geleden bepaalde een Nederlandse rechter dat de flexkrachten van maaltijdbezorger Deliveroo in werkelijkheid werknemers zijn. Met terugwerkende kracht moest het bedrijf het personeel achterstallig loon uitkeren. Ook PostNL en KLM zijn op de vingers getikt vanwege arbeidsvoorwaarden aan zzp’ers.

De uitspraak van het Britse hooggerechtshof in februari wakkerde onzekerheid aan bij grote spelers in de platformeconomie. Bedrijven als Uber varen wel bij zzp'ers die via hun sites diensten leveren, maar zijn ineens veel duurder uit als deze mensen werknemersrechten krijgen.

Uber onthulde de tegenvaller bij zijn eerstekwartaalcijfers. In een toelichting voor analisten probeerde topman Dara Khosrowshahi de zorgen over toekomstige kostenposten door juridische tegenvallers zo veel mogelijk weg te nemen. Hij zei tegelijkertijd open te staan voor "een dialoog" over hogere toelages voor Uber-chauffeurs en bezorgers

De honderden miljoen dollars drukken op de gerapporteerde omzet en het nettoresultaat in het voorbije kwartaal, maar dit is vooral een papieren verlies. Uber verwerkte in het eerste kwartaal 24 procent meer bestellingen dan een jaar eerder. Dat komt vooral door de sterke groei van de divisie voor maaltijdbezorging. Lockdowns drukken wereldwijd nog altijd zwaar op het aantal via Uber bestelde taxiritten, die 38 procent minder opleverden dan een jaar eerder.

De gehele omzet van Uber daalde in het eerste kwartaal met 11 procent ten opzichte van een jaar eerder, tot 2,9 miljard dollar. Het nettoverlies was met een min van 108 miljoen dollar veel kleiner dan het tekort van 2,9 miljard dollar in de eerste drie maanden van 2020. Dat kwam vooral door de opbrengst van de verkoop van Ubers divisie voor zelfrijdende auto's. Het aangepaste bedrijfsresultaat, waar deze eenmalige meevaller niet in mee wordt genomen, was 359 miljoen dollar negatief.

Uber heeft sinds zijn beursgang in 2019 nog nooit een kwartaal winst geboekt. Maar het bedrijf heeft er nu alle vertrouwen in dat het voor het einde van het jaar winstgevend zal zijn, benadrukte de top in een toelichting. Daarbij heeft Uber hoge verwachtingen van een relatief nieuwe markt voor het bedrijf, namelijk de bezorging van boodschappen. Uber ontwikkelt nieuwe diensten op dit vlak, waarmee het hoopt te profiteren van de snelle verschuiving naar online aankopen die de coronapandemie veroorzaakte. Onlineboodschappen kunnen in potentie een grotere markt worden dan maaltijdbestellingen, aldus Uber