Fiscaal voordeel met aandelenfusiefaciliteit

Om fiscale en juridische redenen is het vaak aantrekkelijk om een onderneming in een holdingstructuur te gieten. Daarmee wordt de ondernemer aandeelhouder

Iemand met één vennootschap kan zonder belastingheffing een holdingstructuur tot stand brengen. Dit kan juridische redenen hebben. Zo kunnen alle waardevolle vermogensbestanddelen (zoals bedrijfspand en beleggingen) in de risicoveilige houdstervennootschap ondergebracht worden.

Ook bij bedrijfsopvolging kan de holdingstructuur vanuit fiscaal oogpunt interessant zijn. In dat geval laat de houdstervennootschap de aandelen in de werkmaatschappij overdragen. Behaalt de houdstervennootschap hiermee winst, dan is zij hierover – op grond van de deelnemingsvrijstelling – geen belasting verschuldigd.

Bij de totstandbrenging van een holdingstructuur kan beroep worden gedaan op verschillende fiscale faciliteiten. Eén hiervan is de aandelenfusiefaciliteit. Hierbij worden aandelen in de werkmaatschappij overgedragen aan een nieuw opgerichte holdingvennootschap.

Deze reikt vervolgens aandelen aan de eigenaar uit. Een voorwaarde voor toepassing van deze faciliteit is dat de nieuwe vennootschap na de transactie ten minste vijftig procent van het stemrecht heeft in de werkmaatschappij.

 

Eerste 100 dagen na de deal bepalen jouw succes

Het momentum van de transactie behouden tijdens de eerste 100 dagen na een overname is bepalend voor het succes. Hoe rol je efficiënt het integratieplan uit? Hoe (h)erken je cultuurverschillen die de integratie kunnen ondermijnen? Ontdek het tijdens de eendaagse training Post-Merger Integration (7 PE Uren).

Bekijk het programma


Belastingfraude of -ontwijking
Een ondernemer kan uiteraard geen gebruik maken van de aandelenfusiefaciliteit bij beoogde belastingfraude of -ontwijking. Wanneer hiervan sprake is werd recentelijk duidelijk in een arrest van de Hoge Raad. In deze zaak kwam, vlak na het besluit tot aandelenfusie, een potentiële koper op de proppen.

Op het moment dat de aandelenfusie een feit was, was reeds duidelijk dat de aandelen zouden worden verkocht. De verkoop volgde kort daarop. De Hoge Raad oordeelde dat op het moment van besluit tot aandelenfusie nog geen sprake was van een voorgenomen verkoop.

Dit was voldoende om de faciliteit toe te wijzen; er was géén sprake van belastingontwijking, maar van een toevallige samenloop van omstandigheden.

 

Bron: Grant Thornton