Vorig jaar is OctoPlus naar de beurs gegaan. Opmerkelijk genoeg zonder dat de venture capital-fondsen deze gelegenheid aangrepen om hun aandelen te vervreemden. "Investeerders in groeisectoren zijn zich ervan bewust dat er bij veel bedrijven voorlopig verlies wordt gemaakt en dus financiering nodig is", zegt. Hans Pauli, CFO van OctoPlus.

Een typisch biotechbedrijf is het niet, OctoPlus, tenminste niet in alle opzichten. Gevestigd in het sciencepark in Leiden, schuin tegenover de gebouwen van Crucell en Galapagos, boekte het bedrijf al vanaf de start in 1995 een vrij aardige omzet. Iets wat voor een jonge biotechonderneming bepaald ongebruikelijk is.

Ook werkt OctoPlus niet aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Wat het bedrijf wel doet, is het beste te omschrijven als het opnieuw verpakken van bestaande medicijnen. Bestaande medicijnen hebben namelijk twee nadelen: de patiënt moet de medicijnen relatief vaak toegediend krijgen en de patiënt heeft last van bijwerkingen.

De ‘verpakking’ van OctoPlus zorgt echter voor een meer gereguleerde afgifte van de medicatie in het lichaam, waardoor er minder injecties nodig zijn en de bijwerkingen beter kunnen worden beheerst. Maar net als voor het ontwikkelen van nieuwe medicijnen is ook voor deze verbeterde toedieningsmethodiek onderzoek nodig, evenals tests in de zogeheten drie klinische fases. Dat kost geld, veel geld – en in die zin is OctoPlus wel weer een typisch biotechbedrijf.

Wie de jaarrekening van OctoPlus erbij pakt, ziet dan ook dat de onderneming verlies lijdt. Tegenover een omzet van 6 miljoen euro staan bijna 15 miljoen aan kosten, waarvan 9 miljoen researchkosten. OctoPlus-CFO Hans Pauli verwacht dat de ontwikkelingskosten de komende jaren verder zullen toenemen.

De belangrijkste reden hiervoor is dat de OctoPlus-producten de klinische tweede fase in gaan. “In deze fase worden de producten op een beperkte groep patiënten getest. Deze fase is veel duurder dan de eerste, waarin alleen gezonde mensen het product testen op onvermoede bijwerkingen.”

Pauli meldt dat het bedrijf momenteel werkt aan vijf producten. Het belangrijkste medicijn in dit verband, althans het medicijn met de grootste marktpotentie, is Locteron voor mensen die lijden aan hepatitis C. Daarnaast ontwikkelt OctoPlus een medicijn voor chronische middenoorontsteking (OP 145), een groeihormoon voor kinderen en tot slot twee vaccinproducten.


‘BIG PHARMA’
En alsof de kosten van de klinische fase 2 nog niet genoeg zijn, volgt vervolgens de nog veel duurdere fase 3, waarin het product moet worden getest op een grote groep patiënten. Naast het effect van het product wordt dan bijvoorbeeld ook de wisselwerking met andere medicijnen onderzocht.

De kosten hiervan lopen erg hoog op. Pauli: “Voor Locteron schat ik de kosten voor fase 3 op meer dan 100 miljoen euro. De kosten voor het product voor middenoorontsteking bedragen enkele tientallen miljoenen euro’s, terwijl ze bij het groeihormoon in de honderden miljoenen gaan lopen.”

Bedragen die OctoPlus op dit moment nog ver te boven gaan, evenals overigens de organisatie van het omvangrijke onderzoek in de derde klinische fase, zegt Pauli. Om dit te ondervangen verkoopt OctoPlus licenties aan een grote farmaceutische onderneming, big pharma in biotechjargon, die de kosten van fase 3 wel kan dragen.

“Bij dit uitlicentiëren krijgt OctoPlus op afgesproken tijden een vergoeding van de betrokken onderneming”, zegt Pauli. “Dit kan bijvoorbeeld zijn bij de diverse momenten van goedkeuring van een onderdeel van de derde fase.”

Als het product eenmaal op de markt komt, krijgt de grote farmaonderneming het overgrote deel van de omzet. OctoPlus, die eigenaar van het product blijft, ontvangt dan royalties. Het gaat om grote bedragen. De markt voor hepatitis C wordt thans geschat op 2,5 tot 3 miljard dollar.

Pauli: “Voor een product als Locteron kan dat een omzetpotentie van 500 miljoen tot 1 miljard dollar betekenen. OctoPlus deelt dan mee in de winst.”


CAPACITEITSPROBLEEM
Deze lucratieve toekomstmuziek neemt niet weg dat OctoPlus wel financiering moet vinden voor de kosten van het onderzoek dat het bedrijf de komende tijd moet doen. De omzet die het bedrijf nu genereert, is hiervoor onvoldoende. Deze omzet is overigens afkomstig uit dienstverlening aan andere farmaceutische en biotechbedrijven.

Pauli: “In het kort gezegd komt het erop neer dat een farmabedrijf bij ons aanklopt met het verzoek het daar ontwikkelde medicijn in poedervorm om te zetten naar een vloeistof die geïnjecteerd kan worden. We hebben in deze activiteit zo’n dertig tot veertig klanten, zowel grote als kleine.”

Er is een grote markt voor deze dienstverlening, aldus Pauli, en OctoPlus kampt op dit moment al met capaciteitsproblemen. De groei heeft echter ook interne oorzaken, aangezien OctoPlus zelf ook gebruikmaakt van deze diensten. “Dit is een bewuste keuze”, zegt Pauli. “De waarde zit in onze producten. Met onze eigen dienstverlening kunnen we waarde aan de producten toevoegen.”

De belangrijkste bron van financiering van de bedrijfsvoering van OctoPlus is op dit moment afkomstig van externe financiers. Al vrij snel na de oprichting van de onderneming bleken venture capitalists geïnteresseerd in het bedrijf en die zorgden voor eigen vermogen.

Pauli: “In 2001 haalden we bij deze fondsen 3 miljoen euro op. Vier jaar later bleken deze en andere in de biotech gespecialiseerde partijen bereid nog eens 19 miljoen euro te investeren.”

De communicatie met de beheerders van deze fondsen verliep goed, blikt Pauli terug. “Het zijn echte specialisten, vaak mensen die in het vakgebied zijn gepromoveerd. Maar daarnaast ook gewone investeerders. Het overlegproces bevatte voor ons dan ook weinig verrassingen.”

Conform de verwachting bleek deze 22 miljoen euro op lange termijn niet genoeg voor de onderneming. En dus werd het tijd voor een beursgang. De IPO op de beurs van Amsterdam vond in oktober vorig jaar plaats en bracht 20 miljoen euro op. Verrassend genoeg zagen de venture capital-fondsen dit niet als een exit-moment.

Pauli kijkt er echter niet van op. “Investeerders in groeisectoren zijn zich ervan bewust
dat er bij veel bedrijven voorlopig verlies wordt gemaakt en dus financiering nodig is.” De fondsen zagen het volgens Pauli juist als een financieringskans en waren bereid een deel van de IPO voor hun rekening te nemen.

Wel vinden deze fondsen het prettig dat de aandeelhoudersbasis wordt vergroot, geeft de CFO aan. “Waardecreatie kun je ook echt laten zien als er andere investeerders bij zijn gekomen. Voor de klanten van deze fondsen is dat natuurlijk belangrijk om te weten.”

Daarnaast doen de venture capital-fondsen die in OctoPlus investeren een langetermijnbelegging, zegt Pauli. Bij hen bestaat derhalve geen druk voor een snelle exit. “Ze willen graag aandeelhouder blijven. Ze zijn zich ervan bewust dat er waardecreatie zit aan te komen. Als de resultaten van de tweede klinische fase positief zijn, ligt een stijging van de koers van het aandeel in de lijn der verwachting.”


KANSEN
Hoe vergaat het Pauli als CFO van een beursgenoteerd bedrijf? “Ik wist wat ik kon verwachten. Voor mijn huidige baan ben ik investment banker en vervolgens CFO van een beursgenoteerde onderneming geweest.”

Vanaf de laatste financieringsronde van OctoPlus is beursgang volgens Pauli een doel geweest. “De externe verslaggeving is daarom al snel overgegaan op IFRS. Daarnaast heeft OctoPlus altijd ingezet op veel transparantie ten opzichte van de buitenwereld. Onze volledige jaarrekening lag relatief snel bij de KvK, we stuurden persberichten uit en waren actief aanwezig op seminars en conferenties.”

Verder had de onderneming al voor de beursgang zo’n 80 procent van de code-Tabaksblat intern geregeld, stelt Pauli. Zo was er in de raad van commissarissen al een auditcomité en een beloningscommissie. Wel moet er volgens hem wat veranderen aan de samenstelling van de RvC.

“In de corporate-governancecode staat dat er maximaal één commissaris in de raad mag zitten die directe banden heeft met de onderneming, bijvoorbeeld als aandeelhouder. Bij ons zijn dat er op dit moment drie. Dit zijn commissarissen die er namens de venture capital-fondsen zitten.”

Daar moet dus iets gebeuren, vindt Pauli, aangezien deze fondsen verhoudingsgewijs meer informatie krijgen dan andere aandeelhouders. De fondsen zelf willen overigens ook van de commissariaten af, geeft Pauli aan.

Voor de komende twee jaar verwacht de OctoPlus-CFO niet dat er winst wordt gemaakt, laat staan dividend uitgekeerd. “Dat is nog erg ver weg. Pas over een periode van vijf tot tien jaar kan er sprake zijn van dividend.” Wel schat Pauli in dat de negatieve cashflow (in 2006 min 8,5 miljoen euro) als gevolg van de onderzoekskosten in 2007 en 2008 verder zal oplopen.

Met de beursgang is de financiering hiervan slechts deels geregeld. “We hopen in de komende 18 maanden licentieovereenkomsten te kunnen sluiten met grote farmaceutische ondernemingen. Dit levert inkomsten op waarmee we dan weer een tijdje vooruit kunnen.”

Pauli is positief over de kansen op een deal. Verschillende farmabedrijven hebben volgens hem al belangstelling getoond. Daarnaast heeft de onderneming nog een kredietfaciliteit van twee miljoen euro en kan financiële ruimte worden gecreeerd door het leasen van gebouwen en apparatuur. “Maar als het langer duurt dan verwacht, gaan we opnieuw bij de markt langs om geld op te halen.”


Naam Hans Pauli
Geboortejaar 1960
Burgerlijke staat gehuwd (20 jaar)
Bedrijf OctoPlus N.V.
Omzet 6 miljoen euro (8,5 miljoen inclusief intersegmentale omzet)
Aantal medewerkers 150
In dienst 1 januari 2003
Belangrijkste leermeesters André Teeuw (destijds Barclays de Zoete Wedd) ten aanzien van vasthoudendheid; Emile Bakker (destijds NIBC en Staal Bankiers) in de omgang met mensen
Financiële systemen Ross / iRenaissance Commissariaten Henzo (president-commissaris), BAC en MedSciences Capital II
Werkdagen veel: 70 tot 80 uur per week
Auto Saab 9-5
Muziek weinig, soms klassiek of jazz
Literatuur weinig, af en toe biografieën
Hobby’s zeilen
Vakantie zeilen in Griekenland en een keer per jaar skiën
Internet (favoriete sites) www.clubeuronext.nl