Familiebedrijven zoeken externe financiering voor financieren expansie

Het is een algemeen misverstand dat familiebedrijven alleen maar gebruik zouden maken van eigen financiering en dus onafhankelijk zouden zijn.

Familiebedrijven in Europa breiden hun activiteiten in toenemende mate buiten de eigen landsgrenzen uit. Vooral andere Europese markten zijn bij de ondernemingen in trek. Buiten Europa richten de bedrijven hun aandacht met name op Azië en Noord-Amerika. 

Uit halfjaarlijks onderzoek van KPMG en de Europese organisatie voor Familiebedrijven EFB onder ruim 1.400 familiebedrijven in 25 landen in Europa blijkt dat 75 procent van de onderzochte ondernemingen inmiddels buiten de eigen landsgrenzen actief is, een toename van 15 procent ten opzichte van 2013. 

Ook in de nabije toekomst verwachten de bedrijven dat zij mede buiten de eigen markt actief zullen zijn. Eén op de vijf bedrijven geeft aan zich te zullen toeleggen op andere Europese markten dan de eigen markt, 13 procent richt zijn pijlen op Azië en 9 procent van de ondernemingen heeft Noord-Amerika in het vizier. 

“Dit is duidelijk in lijn met het algehele exportbeeld, dat aangeeft dat de meeste Europese investeringen terecht komen in China en de Verenigde Staten”, zegt Arnold de Bruin, partner bij KPMG en verantwoordelijk voor de familiebedrijvenpraktijk. De Bruin: “De toegenomen belangstelling voor het buitenland wordt vooral gevoed door de verbeterde regelgeving in veel landen. Slechts 4 procent van de ondernemingen geeft aan af te zien van buitenlandse expansie vanwege het feit dat zij onvoldoende steun van de lokale overheid krijgen. Twee jaar geleden vormde dit voor 26 procent van de bedrijven een obstakel.”
 
Professionalisering onontkoombaar
Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat de meeste bedrijven in hun streven naar verdere groei een aanzienlijke professionaliseringsslag hebben gemaakt. De Bruin: “Veel familiebedrijven, vooral de eerste en tweede generatie onderneming waarin de oorspronkelijk oprichter nog steeds actief is, werden van oudsher gekenmerkt door een relatief ongedwongen sfeer, een persoonlijker manier van leidinggeven en een relatief wat minder strak geformuleerde strategie. Als je als onderneming echter werkelijk wilt groeien, is serieuze professionalisering onontkoombaar. Veel bedrijven hebben hun ‘governance’ dan ook aanzienlijk verbeterd, zijn aan de slag gegaan met het ‘opvoeden’ van de familie en hebben talentvolle mensen van buiten aan zich weten te binden. Ruim 80 procent van de onderzochte bedrijven geeft aan dat het succes van de onderneming valt of staat met goed ondernemingsbestuur. Voor familiebedrijven betekent dit in de praktijk dat zij zich met name toeleggen op het verder ontwikkelen van hun werknemers en dat zij zorgen voor een goede harmonie binnen de onderneming.”
 
Beroep op externe financiering
Om hun expansie te kunnen financieren doen steeds meer bedrijven een beroep op externe financiering. De Bruin: “Het is een algemeen misverstand dat familiebedrijven alleen maar gebruik zouden maken van eigen financiering en wat dat betreft dus onafhankelijk zouden zijn. Of dat een lening bij de bank het enige alternatief zou zijn. Wel is het zo dat de bedrijven niet met iedere financier in zee gaan. Veel bedrijven zijn nu eenmaal erg terughoudend om de controle op het bedrijf kwijt te raken, terwijl zij toch op zoek zijn naar langetermijn-financiering. Daarom kijken de meeste bedrijven niet alleen naar banken. Uit het onderzoek blijkt dat ruim 40 procent van de familiebedrijven recentelijk een investering heeft gekregen van gefortuneerde particulieren. Ruim 90 procent geeft aan dat de ervaring met dit soort financiering positief is geweest. De bedrijven zien de ideale financier duidelijk als een partij die bereid is dezelfde risico’s te lopen als de onderneming, dezelfde focus heeft op het behalen van rendement, over vergelijkbare kernwaarden beschikt en het karakter van een familiebedrijf begrijpt. Vermogende particulieren blijken in het algemeen aan dit profiel te voldoen.”
 
Bron: KPMG