Eerst vertrouwen, dan veranderen

In de turbulentie van de financiële crisis klinkt de roep om meer regels en een verandering in het stelsel van toezicht steeds luider. Toch is een radicale verandering van de regels volgens Jim Quigley, bestuursvoorzitter van de wereldwijde Deloitte organisatie, niet verstandig: de mensen willen stabiliteit. Eerst moet volgens hem grondig worden uitgezocht waar het misging, daarna kan naar oplossingen worden gekeken.

“Het zijn uitdagende tijden”, stelt Jim Quigley met duidelijk gevoel voor understatement. Tijdens een onderhoud met de Amerikaanse topman en Roger Dassen, bestuursvoorzitter van Deloitte in Nederland, bespreken we de ontwikkelingen op de financiële markten en de huidige en toekomstige rol van de accountancy.

Eén ding is volgens Quigley duidelijk geworden: “De ontwikkelingen die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden, tonen de onderlinge afhankelijkheid van de financiële systemen in de wereld aan. In januari 2008 ging het tijdens het World Economic Forum in Davos nog over de diversificatie van financiële systemen, waarbij werd gesteld dat de opkomende economieën zich min of meer onafhankelijk zouden ontwikkelen van de Amerikaanse economie en minder hard getroffen zouden worden door de crisis.

Nu is wel gebleken dat de hele wereld met elkaar verbonden is. Dat komt ook naar voren in de reactie van de centrale banken, die wereldwijd een sterke gecoördineerde actie lieten zien.” De hevige turbulentie op de financiële markten en de snelle opeenvolging van gebeurtenissen hebben geleid tot kritiek op de grondslagen voor de waardering op reële waarde.

Volgens Quigley vormt het voor accountants – zowel bij financiële instellingen als bij accountantsorganisaties – een zeer grote uitdaging om in illiquide markten een helder oordeel over marktwaarden te geven. “Transparantie en een professionele beoordeling zijn meer dan ooit van belang om deze grondslagen toe te passen en om tegemoet te komen aan de behoeften van investeerders. In deze turbulente markten zal iedereen die zich bezighoudt met de financiële verantwoording zich extra moeten inzetten voor coördinatie en samenwerking. Vertrouwen is essentieel voor een effectieve markt.”



MEER CONSISTENTIE
Om dit vertrouwen te herstellen moet volgens Dassen alles gericht zijn op het vergroten van de transparantie. De afspraken die de G20, de twintig grootste industrie- en zich ontwikkelende landen, tijdens de eerste spoedbijeenkomst november vorig jaar maakten, zijn in dat kader behulpzaam. Ze richten zich onder meer op het vestigen van consistente standaarden en het realiseren van transparantie.

“We zijn wat dat betreft van ver gekomen de afgelopen jaren”, concludeert Quigley. “Het vorig jaar is aangekondigd dat de verslaggevingsregels in de VS meer in overeenstemming worden gebracht met de regels zoals die in het merendeel van de wereld worden gebruikt, namelijk IFRS. We hebben dertig jaar over IFRS en US GAAP gepraat. De Amerikaanse toezichthouder SEC erkent nu IFRS voor niet-Amerikaanse bedrijven zonder dat reconciliatie naar US GAAP nodig is. De tweede belangrijke gebeurtenis vond plaats in september: de SEC kondigde een stappenplan aan waarmee IFRS op termijn mogelijk wordt gemaakt. Dit feit is echter grotendeels ondergesneeuwd door de kredietcrisis.”

Deze stappen leiden volgens Quigley tot aanzienlijke veranderingen voor de accountancy in de VS. “De belangrijkste uitdaging waar we als accountants in de VS voor komen te staan, is het opleiden van een nieuwe generatie accountants. US GAAP is ‘rule based’, Amerika richt zich vooral op de regels om het inzicht te vergroten. IFRS is daarentegen meer ‘principle based’: hierbij kijken accountants bij het gebruik van de van toepassing zijnde verslaggevingsregel meer naar de economische realiteit van een transactie. De gebruiker is gebaat bij het tot stand komen van een universele accountancystandaard.”

Er komt volgens Quigley meer consistentie in de verslaggeving. “Het wordt een betere wereld, er is alleen nog veel werk te doen. Japan is al een eind op weg in de convergentie naar IFRS, Europa heeft deze reis al bijna volbracht.”



PERFECTE WERELD BESTAAT NIET
Een perfecte wereld bestaat helaas niet. Ook als er één standaard is, zullen er altijd vragen worden gesteld bij de interpretatie. Dassen stelt dat dit zal worden ondervangen met nieuwe richtlijnen voor het gebruik van de regels, de zogenoemde ‘guidance’. Een gevaar dat daarbij dreigt, is dat IFRS wordt vervuild door lokale verschillen in die ‘guidance’.

“Tot nu toe valt het mee met de lokale interpretatie van regels”, aldus Dassen. Quigley ziet een belangrijke rol voor de grote accountancyorganisaties als het gaat om de implementatie van richtlijnen, met name om de verscheidenheid in interpretatie op een acceptabel niveau te houden. De G20 zette half november vorig jaar de eerste stap naar een hervorming van het financiële stelsel. De roep om meer transparantie bij financiële instellingen en de noodzaak om een halt toe te roepen aan de excessieve bonussen kregen alle aandacht. Concrete maatregelen werden er echter niet genomen. De betrokken landen gingen zich beraden op mogelijke maatregelen en eind april komt de G20 weer bij elkaar om aanbevelingen voor de implementatie op te stellen.

“Er is een roep om meer regels. Er moet echter eerst een diepe analyse komen van wat er aan de basis fout is gegaan. We moeten het regulerende raamwerk opnieuw bekijken. Enerzijds is er de roep om meer regulering om bedrijven te behoeden voor te veel risico’s. De andere kant is dat meer regulering duur is en innovaties vertraagt, wat weer een rem zet op de economie. Er moet een raamwerk worden opgesteld dat met beide factoren rekening houdt.”

De Deloitte-topman denkt niet dat er in de nabije toekomst een wereldwijde toezichthouder komt. “De nationale autoriteiten zijn de eerste lijn van defensie. Er valt wat te zeggen voor een wereldwijde toezichthouder, maar welk overheidsorgaan kan de zeggenschap aan zo’n instantie overdragen? Wie controleert die toezichthouder? We zullen altijd nationale regelgeving houden. Er moet wel meer coördinatie tussen nationale overheden komen.”

Het staat voor Jim Quigley buiten kijf dat de rol van de accountant zich op de lange termijn zal wijzigen als gevolg van de constante veranderingen in de wereld. “Als we tot één standaard komen, zullen het werk van de accountant en de verslaggeving door bedrijven minder gecompliceerd worden. We zullen er dan van tijd tot tijd op moeten toezien dat de regels relevant blijven voor de markt. Nu is er vooral behoefte aan vertrouwen en een goede universele standaard in de markt. Het stelsel nu radicaal veranderen is niet goed, de mensen willen stabiliteit.”



BETROUWBAARHEIDSOORDELEN
Roger Dassen verwacht dat accountants naast de jaarlijkse verklaring bij de jaarrekening ook op andere gebieden betrouwbaarheidsoordelen zullen gaan ve r s t r ek ken. “Klanten zullen de auditors vragen een oordeel over de kwaliteit van het reportingproces te geven, zodat gebruikers van de businessreporting van bedrijven ook gedurende het jaar waarborgen hebben ten aanzien van de kwaliteit daarvan.

De invoering van XBRL (de standaard om via internet gegevens uit te wisselen, red.) zal de rapportage veranderen. Je hebt dan een set data waar meerdere gebruikers zaken uit kunnen halen, die ze voor analyses kunnen gebruiken.” De vragen die de komende tijd zullen moeten worden gesteld zijn: Hoe zal businessreporting er in de toekomst uit moeten zien? Welke financiële en nietfinanciële informatie is relevant voor gebruikers? En met welke regelmaat wil men daarover beschikken?

Accountants en CFO’s moeten samenwerken aan een systeem voor de lange termijn, waarvoor we ons moeten afvragen hoe het er over tien jaar uit zou kunnen zien. Daarbij zal, zo meent Dassen, een groot verschil tussen marktsectoren worden onderkend. Dit heeft volgens Jim Quigley ook gevolgen voor de rolverdeling tussen accountant en CFO. “Die zal in de toekomst vooral gebaseerd zijn op samenwerking. Dat geldt ook voor het auditcommittee. Samenwerking is belangrijk.”