Krimp van 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder.

De economie van de G20-landen, ofwel de grootste twintig economieën van de wereld, is in het tweede kwartaal gekrompen met 0,4 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Dat meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De krimp wordt vooral veroorzaakt door de groeivertraging van de Chinese economie, die kampt met strenge coronamaatregelen en lockdowns in het land en de voortslepende vastgoedcrisis.

In het eerste kwartaal was nog sprake van een groei van het bruto binnenlands product (bbp) van 0,5 procent in de G20-groep. De afname in het afgelopen kwartaal staat in contrast met de bbp-groei van 0,4 procent van de OESO-landen in het tweede kwartaal. Het bruto binnenlands product geldt als een belangrijke graadmeter voor de economische ontwikkeling in een land.

In China, de op een na grootste economie ter wereld, nam het bbp in het tweede kwartaal af met 2,6 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. In het eerste kwartaal was nog sprake van een groei met 1,4 procent. Ook in India, Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten was sprake van een afname. In Australië, Brazilië, Italië, Japan, Zuid-Korea en Turkije viel de groei daarentegen hoger uit dan in het eerste kwartaal.

Frankrijk kende een groei van 0,5 procent, na een krimp van 0,2 procent in het eerste kwartaal. In Canada bleef de groei stabiel op 0,8 procent. In Zuid-Afrika en Mexico viel het bruto binnenlands product lager uit dan in het vierde kwartaal van 2019, de laatste periode voor de coronapandemie.