Knot pleit voor een Europees depositogarantiestelsel en sterkere kapitaalmarktunie.

De komst van de euro heeft veel welvaart gebracht, maar er is meer werk nodig om alle voordelen van de Europese eenheidsmunt te benutten.

Dat zei president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) tijdens een conferentie in Maastricht.

Dit jaar is het dertig jaar geleden dat het Verdrag van Maastricht werd ondertekend, waarmee de invoering van de euro en de oprichting van een Economische en Monetaire Unie (EMU) formeel werden vastgelegd. Tien jaar later werd de euro als betaalmiddel binnen die Unie ingevoerd.

"De afgelopen twintig jaar is de euro het fundament geweest onder onze eenheidsmarkt", aldus Knot. "De afwezigheid van wisselkoersen is een indrukwekkende aanjager voor welvaart geweest in het gehele eurogebied. Het gezamenlijke economische blok heeft veel stabiliteit gebracht. En als centraal bankier klinkt dat mij als muziek in de oren. Er is echter een maar."

Knot zegt onder meer dat er nog steeds grote economische verschillen zijn tussen de zuidelijke en noordelijke eurolanden. Die verschillen kwamen duidelijk aan het licht bij de Europese schuldencrisis. Volgens Knot was die crisis in 2010 zelfs een bedreiging voor het voortbestaan van de euro.

Hij stelt dat er ontwerpfouten zaten in het Verdrag van Maastricht die niet zijn voorzien door de opstellers. Maar de euro is een project dat steeds aangepast wordt. Knot wijst bijvoorbeeld op de Europese instellingen die zijn opgezet in de nasleep van de schuldencrisis, zoals een Europees fonds voor noodlijdende banken.

Voor de toekomst zou Knot graag zien dat er een nog sterkere bankenunie komt. Hij pleit voor een Europees depositogarantiestelsel. Volgens Knot wordt daardoor het risico verkleind dat een crisis naar een ander land overslaat. Ook zouden banken daardoor beter bestand zijn tegen lokale economische schokken.

Verder pleit Knot voor een sterkere kapitaalmarktunie. Daardoor zouden systeemrisico's worden verminderd. Volgens Knot is de risicospreiding binnen het eurogebied nu nog gering en kunnen die risico's de balansen van banken raken, zoals werd aangetoond in de bankencrisis. Toen moesten banken met overheidsgeld overeind worden gehouden.

Uiteindelijk is de toekomst van de euro volgens Knot vooral aan de politiek. "Over de afgelopen jaren is de eurozone gegroeid van twaalf naar negentien landen, en spoedig twintig. Bijna 350 miljoen mensen leven in de EMU. Als econoom vind ik het verstandig om de kracht van onze aantallen te gebruiken voor gemeenschappelijke doelstellingen. En daardoor moeten we fondsen delen, en ook risico's."