Wat is er veranderd op 1 januari met de vennootschapsbelasting, afschrijvingen van gebouwen en de strengere CFC-maatregel?

 

Vennootschapsbelasting omlaag

Vanaf dit jaar gaat het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaag. In de eerste schijf (voor het deel van de winst tot € 200.000) van 20 naar 19 procent. Voor de tweede tariefschijf blijft alles hetzelfde.

Pas voorlopige aanslag aan

Klopt de voorlopige aanslag nog? Als de situatie van je bedrijf is veranderd, kun je de voorlopige aanslag wijzigen als de belastbare winst hoger uitpakt dan de winst waarop de aanslag is gebaseerd. Dat kan tot 1 april. Het levert voordeel op, want bij een te lage voorlopige aanslag legt de fiscus een hoge rente op over de later bij te betalen vennootschapsbelasting: maar liefst 8 procent!

Beperking aantal verliesjaren

Het aantal jaren dat verliezen in de vennootschapsbelasting voorwaarts kunnen worden verrekend, wordt vanaf dit jaar beperkt van negen tot zes jaar. Verliezen over 2018 kunnen nog negen jaar worden verrekend, maar verliezen over dit jaar kunnen dus tot en met uiterlijk 2025.

Beperking afschrijven gebouwen

De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik gaat in de vennootschapsbelasting van maximaal 50 naar 100 procent van de WOZ-waarde. Voor bedrijven die gebouwen als belegging hebben, geldt dit al. Is een gebouw voor 1 januari 2019 in gebruik genomen en is dat vóór die datum nog niet over drie volledige boekjaren afgeschreven? Dan mag tijdens de resterende periode volgens de oude regeling worden afgeschreven. De beperking van de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik geldt niet voor belastingplichtigen in de inkomstenbelasting.

Strengere CFC-maatregel gaat misbruik tegen

De aanvullende Controlled Foreign Company (CFC)-maatregel is een antimisbruikbepaling die moet voorkomen dat bedrijven belasting ontwijken door winst te verschuiven naar een CFC in een land met lage belastingtarieven. De aanvullende CFC-maatregel geldt vanaf 1 januari en betrekt de winst van de CFC die geen wezenlijke economische activiteit uitoefent in de heffing bij de Nederlandse belastingplichtige. Van een land met een lage belastingdruk is sprake als het geen winstbelasting heeft, een tarief heeft dat lager is dan 9 procent of als een land op de lijst staat van de Europese Unie met niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

Lage btw-tarief van zes naar negen procent

Het verlaagde btw-tarief gaat 1 januari omhoog van zes naar negen procent. Het betreft goederen als voeding, (niet-alcoholische) drank, geneesmiddelen en boeken. Maar ook vallen er diensten onder als sportfaciliteiten, schilderen, hotelovernachtingen, kapper en de fietsenmaker. Voor een bedrijf met een fitnessruimte is overigens de aftrek voor btw vervallen. Daarvoor in de plaats geldt per 1 januari een (minder voordelige) nieuwe subsidieregeling.