Discussie over looncessie kan opmaat vormen tot formulering beginselen van behoorlijke incasso

Er is de laatste weken veel te doen geweest over incassobureaus die debiteuren een zogeheten akte van looncessie laten tekenen. Het is goed dat die discussie wordt gevoerd, want looncessie is een zwaar middel dat, indien niet goed toegepast, ook nog eens zeer bedenkelijke kanten heeft.

Immers, de debiteur is in één klap zijn inkomen boven de beslagvrije voet kwijt. Los van de vraag of die norm altijd correct wordt berekend, is er daarna doorgaans geen financiële ruimte meer om met eventueel andere crediteuren tot een regeling te komen.

Dat is in strijd met het beginsel dat alle schuldeisers voor de wet gelijk zijn - tenzij een wettelijke voorrangsregel van toepassing is. Bovendien wordt de schuldenaar erdoor belemmerd gebruik te maken van schuldhulpverlening, want hij heeft niet langer de beschikking over zijn volledige inkomen.

De discussie spitste zich aanvankelijk vooral toe op de zogeheten ‘budgethulpen’ die door de DSB-bank worden ingezet. De facto zijn dit incassomedewerkers die debiteuren met een betalingsachterstand onaangekondigd in hun woning bezoeken om er een handtekening te bemachtigen.

Maar inmiddels lijkt het hele instrument looncessie besmet te zijn geraakt, en worden ook partijen die onder heel andere omstandigheden dit instrument inzetten van onheus handelen beticht. Sterker, zo hier en daar wordt zelfs een pleidooi gehouden voor totale afschaffing van de akte van looncessie. Welnu, dat lijkt me het kind met het badwater weggooien.

Looncessie is in de eerste plaats een middel dat pas ingezet dient te worden als alle eerdere pogingen tot incasso hebben gefaald. Het is daarbij een middel dat moet worden aangeboden als het enig overblijvende alternatief voor de volgende stap: een beslaglegging.

En ziedaar de waarde van de akte van looncessie, want als er eenmaal beslag moet worden gelegd beginnen de incassokosten pas écht aan te tikken. Dan moet er immers een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld die, zoals bekend, zijn diensten ook niet voor niets verleent.

Samengevat: een akte van looncessie als zodanig is geen slecht instrument zolang maar voldaan wordt aan een belangrijk beginsel van behoorlijke incasso: dat van proportionaliteit. Wie het middel te vroeg in het incassotraject inzet en voor een vordering die een dergelijk zwaar middel niet rechtvaardigt, zondigt tegen dit beginsel.

Het valt te hopen dat de rechter de komende tijd in dezelfde zin beslist en onheus gebruik van de akte van looncessie verwerpt. Het zou een eerste aanzet kunnen zijn tot een jurisprudentiële onderbouwing van de in de branche zo broodnodige algemene beginselen van behoorlijke incasso.


Raymond Minks, Directie Solveon Incasso