Nederlandse gemeenten leveren minder diensten tegen relatief hogere kosten, zo blijkt uit een analyse naar de prestaties van de lokale overheid door het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB), gepresenteerd in het rapport: Maten voor gemeenten 2008.

Volgens de studie is de gezamenlijke dienstverlening van de 443 gemeenten in de periode 2001 tot en met 2006 met 6% afgenomen. De kosten, gecorrigeerd voor inflatie, zijn ook gedaald als het gevolg van bezuinigingen die in 2004 zijn ingezet, maar nog niet half zo veel.

Als gevolg daarvan zijn de gemeentelijke diensten in die 5 jaren met 4% duurder geworden. Ook over een langere periode, sinds 1995, blijkt dat de kosten licht dalen terwijl de productie sterker daalt.

De dubbele daling wordt gedeeltelijk verklaard door het feit dat gemeenten taken hebben afgestoten, zoals het woningbedrijf, verzorgings- en verpleegtehuizen en in openbaar vervoer en onderwijs.

Het SCP heeft de afgestoten taken uit de cijfers gefilterd en komt dan op een bescheiden productiegroei van 2% over 11 jaar. Dat blijft ver achter bij de 25% volumegroei van het bruto binnenlands product in die jaren, die de productiestijging van de hele economie laat zien.

De uitgaven blijken, na correctie, in reële termen met 11% te zijn gestegen. Dat is dus ruim 5 keer zo veel als de productie. De kostenstijging wordt ten dele veroorzaakt door de loonkosten die oplopen door vergrijzing van het ambtenarenbestand en ranginflatie.

Verder zien de onderzoekers een afname in de productie per ambtenaar, duurdere gebouwen en bedrijfsmiddelen en hogere uitbestedingskosten.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Public Update ism Hopstaken & De Haan