Het Hof van Justitie EG heeft beslist dat de dga op zichzelf niet kan leiden tot ondernemerschap voor de BTW. Een paar jaar daarvoor besliste de Hoge Raad echter min of meer het tegenovergestelde. Veel dga's worstelen tot op de dag van vandaag met de nasleep van deze affaire.

Er blijven veel onduidelijkheden. Door een besluit van de staatssecretaris is wel iets meer duidelijkheid over de hoofdelijke aansprakelijkheid van dga’s ontstaan. Op basis van het Van der Steen-arrest neemt de Belastingdienst sinds 18 oktober 2007 het standpunt in dat dga’s geen ondernemer zijn voor de BTW.

Een zegen voor veel dga’s, maar vooral een kleine ramp voor de dga’s die de afgelopen jaren in die periode van ondernemerschap investeerden, bijvoorbeeld in de aankoop van een woonwerkpand, en de BTW daarop volledig hebben teruggevraagd.

De Belastingdienst verwacht namelijk van deze dga’s dat zij in één klap de BTW op de resterende herzieningstermijnen terugbetalen. Op zich al pijnlijk genoeg en de huidige financiële crisis maakt het er niet beter op. Op veel van deze zogenaamde Charles-Charles Tijmens teruggaafverzoeken heeft de Belastingdienst nog niet beslist.

Bovendien blijkt dat de fiscus – ondanks uniform landelijk beleid – nog steeds niet consistent omgaat met deze verzoeken. Ook hebben veel dga’s moeite met de vele vragen en inzichten van de Belastingdienst, soms vijf jaar na het indienen van het verzoek.

Veel dga’s hebben bezwaar gemaakt tegen de afrekening van BTW wegens onttrekking. Anderen menen dat zij wel ondernemer zijn, bijvoorbeeld vanwege de verhuur van een deel van de woning aan de vennootschap. De Belastingdienst houdt de bezwaarschrift en aan totdat de rechter hierover heeft beslist. Het zal nog enige tijd duren voor we weten of uitstel afstel is.