Wij financials zijn sterren in het verzamelen van data om er vervolgens allerlei gewichtige dingen mee te doen. Hele afdelingen worden aan het werk gezet om de toekomst van de onderneming in modellen te gieten….

 
Iedere maand gaan we twaalf maanden vooruit forecasten, tussendoor maken we nog even een long range plan (van maar liefst drie jaar...) en de jaarlijkse budget ronde is natuurlijk ook altijd een feest. Vrolijk voorzien wij de onderneming van allerhande stuurinformatie, doorkijkjes gebaseerd op historische data, trend analyses gebaseerd op de aanslagen in de kassa, het verbruik per klant, macro economische gedragingen van de consument en de invloeden van het weer. Trouwens, we moeten ook niet vergeten dat februari dit jaar een stuk slechter was, doordat het een dag korter duurde dan vorig jaar....

Maar wat brengt deze ijver ons? Bij iedere volgende prognose vraag ik mij weer af: zal ik er net naast of helemaal naast gaan zitten? Wat is eigenlijk de waarde van een prognose die uiteindelijk vijf procent afwijkt van de werkelijkheid? Is dat goed? Of fout? Is het goed, als je 28 euro 50 terugkrijgt, wanneer je net met een briefje van vijftig euro voor twintig euro hebt afgerekend bij de supermarkt? Iedereen zal beamen, dat dat hartstikke fout is. Toch is het maar een afwijking van 5%. Als we er zo weinig in onze prognose voor de omzet van de komende drie jaar naast zitten, vinden we dat eigenlijk best goed. Maar ook dat is helemaal fout. Sterker nog het was eigenlijk een pure gok en zit dichter bij het spelen van blackjack in het casino, dan pure wetenschap.

Om de waarde van al ons gecijfer echt goed in te kunnen schatten zouden we de boeken van Nassim Nicholas Taleb moeten lezen. In “Fooled by Randomness” en “Black Swan” laat hij op schitterende wijze zien hoe ons denken vertroebeld is door de dingen die wij zien, terwijl veel bepaald wordt door de dingen die wij niet zien.

Neem bijvoorbeeld de scheepvaardij enkele eeuwen geleden, in de tijd van de VOC. Talloze schepen gingen verloren door oorlog en schipbreuk. Slechts enkele zeevaarders overleefden dit soort tragiek. Steevast schreven zij hun heroïsche redding toe aan God. Alleen door onafgebroken bidden, overleefden zij de ellende die hen overkwam.

Al gauw werd zodoende onomstotelijk vastgesteld, dat bidden tot God de remedie was om een schipbreuk te overleven. Een constatering gebaseerd op overdonderd bewijs, want we zien dat zo goed als iedereen die het overleeft tot God heeft gebeden. Geen speld tussen te krijgen dus. Maar het gaat wel volledig voorbij aan de vele verdronken zeelieden, die ondanks het bidden hun zeemansgraf vonden.

Dit is was Taleb 'platonify' noemt. Wij houden zoveel van bekende schema's en goed georganiseerde kennis, dat wij blind worden voor de realiteit. De realiteit is, dat alles om ons heen willekeurig is en dat onze invloed op de gang der zaken feitelijk heel klein is.

Voordat we verder werken aan hoogdravende verhalen en projecten en aan de slag gaan met Big Data, dashboards, datamining en trend analyses, stel ik voor dat we even de tijd nemen om ook eens na te denken over alle verdronken zeelieden uit de Gouden Eeuw.