True Pricing leidt binnen het huidige financieel-economische systeem niet tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar tot inflatie.

Vanuit de hoek van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wordt veel gesproken over de wenselijkheid van het invoeren van het zogenaamde True Pricing, ‘echt beprijzen’. In deze column legt Tony de Bree uit waarom je dat niet op de oude normaal-manier moet doen.

Wat is True Pricing of ‘echt beprijzen’?
Op dit moment worden in de marktprijs, de verkoopprijs van producten of diensten aan consumenten of zakelijke klanten, niet of nauwelijks de vaak ongewenste bijverschijnselen van onze oude normaal-economie meegenomen. Denk maar eens aan de gevolgen van het vliegen via Schiphol en de invloed van de bedrijfsprocessen van Tata Steel in IJmuiden op de omgeving: de vervuiling van water en lucht en de impact op de gezondheid van de omwonenden. Vandaar de roep om True Pricing. Daarbij wordt door de voorstanders van MVO vervolgens onvoldoende aandacht besteed aan 1) wat er gebeurt als vervuilers moeten gaan betalen en 2) wat dat voor gevolgen heeft voor de marktprijzen voor consumenten en vooral klein-zakelijke klanten als de overheid en de politiek daar geen flankerend beleid voor introduceren.

Wat gebeurt er als integraal True Pricing wordt ingevoerd?
Ad 1) ‘De vervuiler betaalt’ is op zich een lovenswaardig idee. Het probleem is alleen dat als de vervuiler een monopolist is (zoals de overheid) of lid is van een oligopolie zoals banken, verzekeraars, telecom- en ebnergiebedrijven in Nederland, of als het gaat om andere grote corporates zoals Tata Steel, die vervuilers hun nieuwe totale integrale kosten doorberekenen aan… de klanten. En niet alleen de totale integrale kosten, maar ook alle vaak niet-noodzakelijke overhead, organisatiekosten en ‘uitvoeringskosten’ en dus ook de extra maatschappelijke kosten en eventuele belastingen en heffingen.

Ad 2) Als iedereen in de ketens noodzakelijke en niet-noodzakelijke bedrijfskosten inclusief opslagen doorberekent aan consumenten en zakelijke klanten, krijg je almaar stijgende prijzen: inflatie. Bedrijven gaan die stijgende bedrijfskosten immers doorberekenen aan klanten. En voor prijsstijgingen wil iedereen vervolgens weer ‘gecompenseerd’ worden. In de lonen, in de uitkeringen en ga zo maar door.

Het resultaat hiervan? Juist: snel toenemende inflatie… zoals nu al sinds het begin van de coronacrisis en de inval in Oekraïne.

Een voorbeeld: wie bepaalt in Nederland de prijzen van groente, fruit en vlees in winkels van grote retailketens?
1) De grote retailketens zelf met hun gewenste hoge oude normaal-winstmarges, de groothandels, de veilingen en de Friesland Campina’s van deze wereld.

2) Aan de achterkant worden de verkoopprijs en de kostprijs van telers, akkerbouwers, veeteeltbedrijven en andere ondernemers in de Nederlandse agro-industrie onder meer bepaald door de torenhoge aflossingskosten van leningen bij de Rabobank. En in het buitenland door de Wet van de comparatieve kosten op basis van vaak hele lage inkoopprijzen en lage lonen, afgedwongen door dominante partijen in de keten, plus de snel stijgende kosten van vervoer.

3) De energieleveranciers en de vervoerders door hun pricing op basis van integrale kostprijsberekening in de hele keten.

4) De politieke partijen in de regering en meerderheden in de Tweede Kamer, die de eigen achterban waar ze voor opkomen, willen compenseren met belastinggeld.

5) De overheden in Nederland en de EU die kosten maken voor de invoering van voortdurende wijzigingen in wet- en regelgeving in en rond de agro-industrie.

6) De machtige belangenorganisaties in de Sociaal-Economische Raad (SER) en andere invloedrijke lobbygroepen.

7) De oude normaal-topeconomen die integrale kostprijsberekening en doorberekening aan klanten en burgers als ‘normaal’ en ‘logisch’ uitgangspunt hanteren voor hun macro-economische beschouwingen en adviezen.

Conclusie
True Pricing leidt binnen het huidige financieel-economische systeem in de praktijk niet tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar tot het afwentelen van alle kosten op vooral de consumenten en de klein-zakelijke klanten. Als alle partijen in de keten integrale kostenberekening blijven hanteren als basis voor de marktprijs (de verkoopprijs), lost het geen enkel probleem op en leidt het alleen maar tot een steeds hogere inflatie. Hierdoor kunnen steeds minder mensen met vooral lage inkomens in hun echte basisbehoeften voorzien.

Wat werkt dan wel? De echte oplossing is dat grote marktpartijen, inclusief de grote retailers en de andere dominante partijen in de ketens zelf, maatschappelijk verantwoord gaan ondernemen. Dat geldt ook voor de grote banken, met name voor de Rabobank als het gaat om de agro-industrie in Nederland. In de praktijk betekent dat onder andere dat deze partijen genoegen zullen moeten nemen met voldoende winst in plaats van blijven streven naar maximale winst. Daar hoort ook bij: minder hoge salarissen en bonussen voor het senior management. In het geval van de Rabobank is daar tot nu toe geen sprake van. Lees ook het artikel  De ongemakkelijke waarheid over de Rabobank en de stikstofcrisis..

Het is niet voor niets dat noch de grote retailers, noch de Rabobank wil mee betalen aan het oplossen van de stikstofcrisis: je komt aan hun enorme winsten. En dat zien zowel het senior management als de aandeelhouders niet zitten.

Tony de Bree werkte tussen 2001 en 2004 bij ABN AMRO Trust als global project manager eTrust, vanaf 2004 t/m 2005 bij Global Compliance Private Banking, tot 2008 o.a. als managementteamlid van Due Diligence Central en vanaf 2008 t/m 2011 als global splitsingsmanager KYC voor ABN AMRO wereldwijd (data, documentatie en ICT-systemen). Hij is o.a. auteur van ‘Dagboek van een bankier’ waarin hij in verhalen als ‘Lege kamers’ op de Zuidas zijn ervaringen op dit gebied tussen 2001 en 2011 inclusief onder CEO Zalm deelde. Sinds 2011 houdt hij zich o.a. bezig met het adviseren en opleiden van FinTech & RegTech startups & scale-ups.