De onderbuik van de controller

Rationeel. Gedegen. Het bedrijfseconomisch geweten. Superboekhouder. Integer. Betrouwbaar. Termen die voorbij kwamen tijdens de cursus gedragscode die ik onlangs bezocht op de vraag aan de zaal gevuld met Registercontrollers welke termen zij met controllers associëren. Positieve eigenschappen toch?

Tijdens interviews voor mijn onderzoek kwamen termen voorbij waar deze eigenschappen in de beeldvorming toe kunnen leiden. Saai. Uniform, kleurloos. Weinig innovatief. Wat mij die ochtend opviel, was dat de termen die vanuit de groep kwamen uitgesproken werden als ware de controller een extern fenomeen. Terwijl we toch echt een poging deden onszelf als beroepsgroep te definiëren. 

Ratio
Controllers en accountants zijn rationele mensen. Zo zijn we opgeleid en getraind, in processen en procedures, regels en richtlijnen. Harde cijfers als representatie van de werkelijkheid. Zo worden wij ook meestal tegemoet getreden, met vragen waar slechts een enkel verwacht wordt in de vorm van een bottom line getal. Een ja of een nee of een investering wel of niet uit kan. 

Zodra zachtere elementen aan de orde komen, komen mijn collega’s en ik al vrij vlot buiten onze comfortzone. Om de al oude balanced scorecard maar weer eens van stal te halen, de hardere financiële en interne elementen rollen er vlotjes uit. Maar zodra bijvoorbeeld cultuur en gedrag of het perspectief van de klant op tafel komt, verloopt de discussie gelijk een heel stuk moeizamer. Of, zo hoorde ik eens een oud-collega roepen, ‘oh, ja, dat softe gedoe moet er ook nog even in.’

Gevoel
Persoonlijkheid, opleiding en ervaring hebben er toe geleid dat de wereld van de controller zich in zijn hoofd afspeelt. Gevoel en emotie zijn ondergeschikt. Ik merk dit ook bij mijzelf, bijvoorbeeld tijdens persoonlijke coachingsgesprekken. Als mijn coach er niet voor waakt, ontaardt het in een intellectueel sparringsverhaal en komen de diepere persoonlijke thema’s waar het echt over zou moeten gaan niet naar boven. 

Wij controllers zijn erg bedreven geworden in het negeren van ons gevoel. Hoe vaak slaan we niet tegen beter weten aan het rekenen aan een voorstel waarvan intuïtief het antwoord klip en klaar is? Sturen op vertrouwen zal ook altijd een lastig thema blijven binnen ons vakgebied. Vertrouwen steunt toch ook voor een belangrijk deel op gevoel. Om die reden zal de controller hier van nature weinig mee kunnen. Eerder zal hij proberen vertrouwen te vangen in een model of richtlijn.

Waar zou het toe leiden als we meer op gevoel zouden doen? 
Andere keuzes, meer vertrouwen, minder controls? Een van de sprekers van de cursus gedragscode van de VRC brak op het aansluitende congres een lans voor de rechterhersenhelft in het controlvak. Een meer prominente plaats voor intuïtie en gevoel, eerste indrukken en vertrouwen. Het betoog werd afgesloten met een opdracht aan de groep, het groepsgewijs beantwoorden van een op het oog simpele vraag: Wat ga je vanaf morgen anders doen? 

Bijzonder eensluidend waren de antwoorden van de verschillende groepen. Meer vertrouwen op het onderbuikgevoel, minder regels/controls en beter luisteren naar wat de werkelijke behoefte is, was de algemene teneur. We doen dus klaarblijkelijk het een, maar willen eigenlijk het ander. Ik ben benieuwd wat er de volgende dag van terecht is gekomen.

Dit was blog 8 in een reeks in meer of mindere gebaseerd op mijn eindscriptie ter afronding van de RC opleiding met als onderwerp het fenomeen controller.