Het lijkt helemaal hip om eigen aandelen in te kopen. Wat daarvan te vinden?

De bedrijven hadden in 2015 samen nog een schuld van nagenoeg $6000 mrd en dat liep op tot $8311 mrd vorig jaar. Nu – 2022 - is er een daling, naar $8150 mrd. Dat er zo veel schulden werden afgelost is opvallend, omdat er tegelijkertijd ook recordbedragen aan dividenden zijn uitgekeerd en bedrijven veel eigen aandelen hebben ingekocht. Om dat te doen gingen bedrijven grote schulden aan, die wegens de extreem lage rentestanden nauwelijks iets kostten. Zo leende het Nederlandse chipbedrijf NXP $4 mrd, om met dat geld zijn aandeelhouders blij te maken: het kocht er zijn eigen aandelen mee terug. Daarmee werden de bedrijfsschulden in totaal wel hoger. Maar doordat de hoeveelheid cash op de bedrijfsbalansen nog harder steeg, is er op netto basis sprake van een daling.

Terug van nooit weggeweest

Inkoop eigen aandelen lijkt helemaal terug (van nooit écht weggeweest).

Aegon gaat vanaf 7 juli 2022 voor € 106m aandelen inkopen; dit komt bovenop een pakket van € 300m dat al op 23 maart 2022 werd aangekondigd. Prosus heeft sinds het begin van haar notering al voor ca. € 10 mrd eigen aandelen ingekocht. Aperam kondigde begin mei 2022 een extra inkoop (tot € 100m) van eigen aandelen aan, bovenop een inkoopprogramma dat het bedrijf in februari 2022 al aankondigde (en in april afrondde).

Tegelijkertijd met de publicatie van de voorlopige jaarcijfers kondigde PostNL een programma voor de inkoop van eigen aandelen aan. Daarmee wil het bedrijf naar eigen zeggen de daling van de winst per aandeel in de periode 2021-2023 neutraliseren. De onderneming gaat gewone aandelen inkopen met een waarde van circa € 250 mln, verspreid over 2022 en 2023. Dat kan volgens de onderneming vanwege de sterke financiële positie.

Ook in de financiële sector lijkt het helemaal hip om eigen aandelen in te kopen.

Het was altijd een Amerikaans ding: de inkoop van eigen aandelen door banken. Maar bij de presentaties van over het algemeen heel solide cijfers over 2021 buitelden nu ook de Europese instellingen over elkaar heen met de mooiste aankondigingen. Niet in de laatste plaats omdat de vooruitzichten snel verbeteren. In 2022 bestaat naar verwachting ruim een derde van de winstdelingen uit inkoopprogramma's, mede dankzij de miljarden die instellingen zoals BBVA, Intesa Sanpaolo, UniCredit, Nordea, Deutsche Bank en UBS hebben gereserveerd voor hun aandeelhouders. Ook NN doet fluks mee: mede dankzij de verkoop van vermogensbeheerder NNIP vindt de verzekeraar het opportuun om voor €1 mrd aan eigen aandelen in te kopen.

Zoals gebruikelijk koopt NN voor €250 mln aan stukken in - het programma van vorig jaar is voor 94% afgerond - te beginnen op 1 maart. Maar daar komt nu een aanvullend programma bij van €750 mln. Dat moet eind februari volgend jaar zijn afgerond. En ook ABN Amro trakteert zijn aandeelhouders op een inkoopprogramma van € 500m.

Buy!

En ondanks geharnaste voor- en tegenstanders ontbreekt een richtinggevend strategisch-financieel beoordelingsperspectief. Dat is gegeven de - toenemende - omvang een omissie.

Allereerst de beoordeling van twee soorten uitkeringen van ‘excessieve cash’: inkoop van eigen aandelen versus dividenduitkeringen. Dividendbeleid zegt iets over vertrouwen in de toekomst, en vooral in het vermogen met strategische focus toekomstige kasstromen te realiseren die een (ruimhartige) uitkering kunnen blijven dragen.

Mijn overweging bij aandelen van dergelijke bedrijven: ‘ buy ’. Dat geldt ook voor bedrijven waar de argumentatie is, dat via dividenduitkeringen de verleiding wordt weerstaan ongebruikt kasgeld voor ‘hit and run’ investeringen - overnames vooral - aan te wenden, zeker als er expliciet vertrouwen uitstraalt dat bij onverwachte mogelijkheden een beroep op de kapitaalmarkt wordt gedaan (dus dan: aandelen uitgeven en daarover is kritische oordeelsvorming op de kapitaalmarkt mogelijk).

(wordt vervolgd)

Door Leo van de Voort . Hij is bestuursadviseur bij Fuel for Living Strategies, voormalig directeur corporate finance Kempen & Co en auteur van het boek Vensters op waarde.