De grillen van de belegger

De efficiënte aanwending van kapitaal heeft de laatste jaren sterk aan belangstelling gewonnen. Het zo efficiënt mogelijk inrichten van de balans is inmiddels zowat tot een kunstvorm verheven. CFO's hebben daarbij te maken met de wispelturigheid van beleggers.

De private-equitysector heeft met het toepassen van hoge leverages enkele jaren terug de toon gezet. Ook bankiers vonden dat het allemaal wel wat scherper gefinancierd mocht worden. Kritische aandeelhouders deden daar nog een schepje bovenop. Het doel: de optimale balans vinden tussen goedkoop vreemd vermogen en duur eigen vermogen om de vermogenskosten zo laag mogelijk te houden.

De druk op CFO’s nam toe om de balans strakker in te richten, cash aan te wenden en meer schulden op te nemen. Vooral het aanhouden van grote hoeveelheden cash werd als een zonde beschouwd. Het motto was aanwenden of teruggeven aan aandeelhouders. Het gevolg: een hausse aan aandeleninkoopprogramma’s.

Private equity was de katalysator van deze ontwikkeling, maar is door de kredietcrisis op dit moment op een zijspoor beland. Bankiers houden zich om dezelfde reden ook wat meer gedeisd. Desalniettemin blijven veel aandeelhouders – in ieder geval voorlopig nog – uiterst kritisch op de balans en de efficiënte aanwending van kapitaal.

Inmiddels is er door de kredietcrisis en de vertraging in de economische groei ook weer een tegengestelde beweging in gang gezet. Bedrijven met meer financiële flexibiliteit (lees: lagere leverage en meer cash reserves) kunnen weer rekenen op een groeiende belangstelling van beleggers. In eerste instantie leek zich dit fenomeen te beperken tot de financiële sector, maar ondertussen slaat het ook over op de corporate sector, zoals bij (vroeg)cyclische bedrijven.

Opeens ondervinden deze minder druk om hun overtollige cash terug te geven aan aandeelhouders en worden nieuwe aandeleninkoopprogramma’s met beduidend minder enthousiasme begroet.

 

VRIJBRIEFJE
Dit lijkt op het eerste gezicht een vrijbriefje voor het aanhouden van meer cash, maar met grote buffers zul je als CFO, ook in wat minder gunstige economische tijden, nooit de handen van aandeelhouders op elkaar krijgen. Een beter alternatief is dan wellicht om met banken strikte (gegarandeerde) afspraken te maken over de toegang tot nieuw kapitaal op het moment dat je dat daadwerkelijk nodig hebt.

Op basis van een geloofwaardig businessmodel en veel aandacht voor de informatievoorziening aan de banken kunnen dan de meest gunstige voorwaarden worden bedongen. CFO’s zullen vooral hun eigen afwegingen moeten maken ten aanzien van de kapitaalstructuur die het best bij hun onderneming past.

Een belangrijke leidraad daarbij is dat de financiële flexibiliteit op elk moment in de cyclus voldoende is gewaarborgd. Hoe agressief je daarin als onderneming kunt en wilt zijn, hangt echter zeker ook af van de sector waarin je opereert en de toekomstplannen van de onderneming.

Ook na de kredietcrisis zal er onverminderd veel aandacht blijven voor het zo efficiënt mogelijk aanwenden van kapitaal. Die toon is zeker wel gezet. Maar gelet op het opportunisme en de grilligheid van beleggers zet het geen zoden aan de dijk om maar klakkeloos de op dat moment heersende opinies te volgen. De druk op CFO’s zal wel aanhouden. En zoals de CFO of the Year, Robert-Jan van de Kraats van Randstad, al zei: “CFO’s zullen hun rug recht moeten houden.”

 

José Tijssen is managing director van Citigate First Financial