Zonder deugdelijke grondslag heeft accountantsoptreden geen toegevoegde waarde. In de recente make-over van de regelgeving voor accountants is deze betrouwbaarheidstoets geheel verdwenen, ondanks aandringen van vele accountants en belanghebbenden.

‘De deugdelijke grondslag’ is dé gedragsnorm waarin de betrouwbaarheid van accountantsonderzoeken, accountantsverklaringen, accountantsrapporten en accountantsoptreden in het maatschappelijk verkeer is verankerd en kan worden getoetst.

(a) Een accountant rapporteert over de uitkomst van een door hem uitgevoerd onderzoek slechts voor zover zijn deskundigheid en de door hem verrichte werkzaamheden daarvoor een deugdelijke grondslag vormen.

(b) Hij zorgt ervoor dat de rapportering de uitkomst van zijn werkzaamheden duidelijk weergeeft.
Honderd jaar lang was ‘de deugdelijke grondslag’ (de accountantsversie van het probiteitsbeginsel) verankerd in de ‘Reglementen van Arbeid’ en later in de ‘Gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants’ (artikel 11 GBR).

De probiteitseis geldt voor alle officiële ambten en beroepen. Het begrip probiteit houdt in maatschappelijke betrouwbaarheid, rechtschapenheid en beroepseer (Eng. ‘probity’, Fr. ‘probité’). De deugdelijke grondslag heeft precies díe diepere betekenis en gevoelswaarde voor het beroepsgedrag van accountants in het maatschappelijk verkeer en maakt deze ook waarneembaar.

Het is de objectieve verankering van het in accountantsarbeid en accountantsverklaringen te stellen vertrouwen en verwoordt de consensus waarop de maatschappelijke waarde van accountantsoptreden berust. Zonder deugdelijke grondslag heeft accountantsoptreden geen toegevoegde waarde.

Het is daarmee dan ook een onmisbare pijler van het maatschappelijke contract (‘contrat social’) tussen accountants en het maatschappelijk verkeer.

In de twintigste eeuw is de deugdelijke grondslag voor accountantsarbeid, niet in de laatste plaats vanuit Nederland door Limperg c.s. en later vanuit de VS, stevig verankerd in het bewustzijn van democratische samenlevingen (zie ‘De lessen van Rousseau’, column november/december 2005).

Eenvoudige verwijzing naar ‘de deugdelijke grondslag’ als steunpilaar van het materiële ondernemingsrecht volstond dan ook voor vele generaties auditors en belanghebbenden. Daar hoefde geen rechter of toezichthouder of dik receptenboek aan te pas te komen.


BUITEN BEELD
Het tijdig opmerken van dit ernstige gebrek in de ontwerpregelgeving 2007 had voldoende moeten zijn om deze essentiële regel van het materiële ondernemingsrecht op te nemen in de 1361 pagina’s tellende Handleiding Regelgeving Accountancy (HRA).

Ruimtegebrek kan niet de reden zijn, want al bij eerste lezing kunnen tientallen, wellicht bij een logische opbouw honderden, wijdlopige pagina’s worden ingedikt. Met het schrappen van de tekst van artikel 11 GBR is het probiteitsbeginsel voor het specifieke beroepsgedrag van accountants buiten beeld gebracht.

Illustratief voor het helaas bij velen ontbrekende maatschappelijke besef van de reële betekenis van het accountantsberoep is dat het amendement bij de ontwerpverordening om de deugdelijke grondslag ‘ter wille van de duidelijkheid in het maatschappelijk verkeer’ op te nemen niet is overgenomen.

De in de Verordening gedragscode RA’s (VGC) opgesomde abstracties ‘integriteit’, ‘objectiviteit’, ‘deskundigheid en zorgvuldigheid’ en ‘professioneel gedrag’ zijn slechts inhoudsloze containertermen. De concrete materiële verankering in de deugdelijke grondslag en het zelfsturende terugkoppelingsmechanisme daarvan ontbreekt.

Dat het NIVRA een en ander tracht te legitimeren door te stellen dat de nieuwe gedragscode ‘in vele landen’ wordt ingevoerd, maakt de situatie nog schrijnender! Het lijdt geen twijfel dat de op het beroepsgedrag van accountants toegesneden versie van het probiteitsbeginsel, te weten de deugdelijke grondslag, in het bewustzijn van de democratische Nederlandse samenleving en het materiële ondernemingsrecht verankerd moet blijven.


Dr s. Ruud H. Veenstra RA heeft een lange staat van dienst als openbaar accountant van grote en internationale ondernemingen (vanaf 1970) en als onafhankelijk accountancyconsultant (vanaf 1992). Daarnaast publiceert hij regelmatig over vakonderwerpen. (www.veenstraaccountancy.nl)