"Crisisheffing mogelijk strijdig met Europees recht"

De 16 procent crisisheffing die werkgevers over het in 2012 verdiende fiscale loon van hun werknemer moeten afdragen aan de Belastingsdienst is mogelijk in strijd met het Europees recht. Dat meldt KPMG.


“Uit een uitspraak die het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vorige week heeft gedaan in een door KPMG Meijburg aangespannen procedure blijkt dat de Nederlandse crisisheffing mogelijk in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens”, zegt Robert van der Jagt van KPMG Meijburg.

De crisisheffing maakt deel uit van de ‘Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013’ en heeft tot doel het begrotingstekort terug te dringen. De wet bepaalt dat werkgevers in 2013 een eenmalige heffing van 16 procent over het fiscale loon 2012 van werknemers moeten betalen, voor zover dat hoger is dan 150.000 euro. Het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking voor het hele jaar 2012, inclusief alle structurele en incidentele beloningen en de bijtelling van de auto, vormt hiervoor de basis. Deze heffing komt naast de reguliere heffing van loonbelasting die in 2012 heeft plaatsgevonden.

Uit de uitspraak van het Gerechtshof blijkt volgens Van der Jagt dat de belastingheffing ten laste van werkgevers over excessieve vertrekvergoedingen van 30 procent ex artikel 32bb Wet op de Loonbelasting in sommige omstandigheden strijdig is met is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit omdat er van die wetgeving (materieel) een terugwerkende kracht van uitgaat waarvoor geen of onvoldoende rechtvaardiging bestaat. Naar verwachting zal de staatssecretaris cassatie aantekenen tegen deze uitspraak.”

De plannen voor de introductie van de eenmalige 16 procent crisisheffing bij werkgevers over het jaarloon van 2012 boven de 150.000 euro komen voort uit het Kunduz-akkoord dat medio april 2012 werd gesloten. Van der Jagt: “Daarom kan ook hier worden gesteld dat er sprake is van een (materiële) terugwerkende kracht over het loon dat is genoten in de periode 1 januari 2012 tot de publicatie van het Kunduz-akkoord in april 2012. Omdat bijvoorbeeld bonussen veelal worden uitbetaald in het voorjaar, kunnen grote groepen werkgevers baat hebben bij deze stelling. Je zou dan immers (bonus)betalingen uit die periode kunnen uitzonderen van de grondslag waarover wordt geheven.”

Volgens Van der Jagt zal de Belastingdienst ongetwijfeld een andere mening zijn toegedaan. Van der Jagt: “Dit betekent dat werkgevers die zich niet zonder meer willen neerleggen bij deze crisisheffing, zullen moeten overwegen hoe ze hier mee om te gaan en welke actie het meest passend is.”

Bron: KPMG