Advocaat-generaal Wattel van de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de crisisheffing 2014 in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). De A-G concludeert dat sprake is van terugwerkende kracht en dat die terugwerkende kracht niet kan worden gerechtvaardigd.

Dit meldt KPMG Meijburg & Co, het kantoor dat deze proefprocedure voerde.

In 2013 en 2014 werd telkens eenmalig een werkgeversheffing van 16% geheven over het salaris dat in de voorafgaande jaren, dus 2012 en 2013, meer dan € 150.000 bedroeg. Tegen deze crisisheffing hebben werkgevers massaal bezwaar gemaakt. Een aantal van deze bezwaren wordt als proefprocedure uitgeprocedeerd. Daarnaast zijn er ook individuele procedures aanhangig.

‘In de door Meijburg & Co gevoerde proefprocedure over 2014 heeft de A-G op 17 november 2015 geconcludeerd dat bij de crisisheffing 2014 (evenals in 2013) sprake is van terugwerkende kracht en dat die terugwerkende kracht door de wetgever niet is gerechtvaardigd. Hij betoogt dat de crisisheffing 2014 in feite twee gerechtvaardigde verwachtingen van belastingbetalers schond. Ten eerste ging het om de verwachting dat de wetgever zich zou houden aan zijn aankondiging dat de crisisheffing alleen in 2013 zou worden geheven en ten tweede om de verwachting dat over tijdvakken die al zijn verstreken niet nogmaals belasting wordt geheven,’  aldus KPMG Meijburg & Co.

De A-G komt tot de conclusie dat de werking van de crisisheffing daarom niet verder mocht teruggaan dan tot 17 september 2013. Op die datum, Prinsjesdag 2013, is naar de mening van de A-G de eenmalige verlenging van de crisisheffing pas voldoende aangekondigd. De crisisheffing kan daarom niet plaatsvinden over het loon voor 17 september 2013 voor zover dat meer is dan € 150.000. De A-G maakt daarbij geen onderscheid tussen incidenteel loon en regulier loon.

In een procedure tegen de crisisheffing over 2013 concludeerde A-G Wattel op 18 juni 2015 dat ook voor 2013 sprake is van terugwerkende kracht en dat die terugwerkende kracht om diverse redenen niet kan worden gerechtvaardigd. De werking van de crisisheffing over 2013 mocht daarbij niet verder teruggaan dan tot 25 mei 2012. Op die datum is naar de mening van de A-G de crisisheffing pas voldoende aangekondigd.

KPMG Meijburg & Co: ‘Uiteraard is nu het wachten op het oordeel van de Hoge Raad. Indien deze het advies van de A-G volgt, kan dat voor degenen die bezwaar hebben gemaakt tegen de crisisheffing in sommige gevallen tot een teruggaaf van een deel daarvan leiden.’