Conservatief onderzoek en onderwijs vergroot ongrijpbaarheid controller

Het is geen wonder dat de controller in de loop der tijd een ongrijpbaar fenomeen is gebleken. We worden opgeleid in en gevoed door een behoudend onderwijs- en onderzoeksveld dat evenzeer kampt met een onduidelijke identiteit.


Toen ik startte met de RC opleiding, ca. 10 jaar nadat ik mijn studie Bedrijfseconomie afrondde, verbaasde het mij hoe weinig er veranderd was in de thema’s en opbouw van wetenschappelijke controlling artikelen. Al ruim 3 decennia zijn er in het onderzoek naar de controller en controlling drie duidelijke onderzoekslijnen zichtbaar: de rol van de controller, de benodigde persoonlijke eigenschappen en het waarom van de veranderende rol van de controller.

De eerste twee lijnen vinden hun oorsprong is Sathe’s invloedrijke werk Controller involvement in management (1982), waarin hij in gaat op de verantwoordelijkheden en rollen van de controller. De vervolgonderzoeken hierop leverden de vele typeringen van de controller op waar ik in mijn eerste blog aan refereerde: bean counter, transformer, number cruncher etc., termen die vooral bedacht lijken ter onderscheidend vermogen van het onderzoek en het gebrek aan vernieuwing te camoufleren.

Onderzoek rond de eigenschappen van de controller richt zich veelal op de tegenstelling introvert vs. extravert en verwante eigenschappen. Dit laatste type onderzoek heeft in mijn ogen altijd een groot open deur gehalte gehad: wil men een controller die de organisatie in gaat en verbindingen legt, dan vraagt dit om een meer extraverte persoonlijkheid en als analyse en rapporteren de insteek voor de functie vormen, ligt een meer introvert persoon voor de hand. Het derde type onderzoek richt zich op de onderliggende ontwikkelingen van de veranderende rol van de controller: technische ontwikkelingen, internationale concurrentie en mondialisering, de roep om meer transparantie en een bredere verantwoording en nieuwe wet- en regelgeving zijn slechts enkele daarvan.

Vraag die bij mij opkomt: in hoeverre helpt bovenstaande mij in mijn dagelijkse werk? Nauwelijks, moet helaas mijn antwoord zijn. In de eerste plaats omdat het onderzoek de blik nadrukkelijk op het verleden richt. Met de doorlooptijd waarmee een gemiddeld artikel een gerenommeerd onderzoekstijdschrift bereikt, heb ik geluk dat de resultaten iets zeggen over hoe mijn functie er twee jaren geleden uitzag. Daarnaast helpt een wetenschap die voortdurend de vraag stelt wat de controller nu eigenlijk is en doet (en daar voortdurend nieuwe termen bij bedenkt) niet om het beroep richting het brede publiek van een eigen signatuur te voorzien.

Tot slot geeft dergelijk onderzoek mij te weinig nieuwe inzichten die ik direct kan toepassen in mijn werk en om op andere manieren tegen de (eisen van de) wereld van vandaag en de nabije toekomst aan te kijken.

Vanwaar dit behoudende karakter van wetenschappelijk onderzoek? Een belangrijke verklaring is de dominantie van de Angelsaksische onderzoekscultuur. De normen van de hoogst aangeschreven Journals schrijven mainstream accounting onderzoek voor, kwantitatief van aard, gericht op het op basis van waarnemingen verklaren en mogelijk voorspellen van fenomenen. Dit onderzoek heeft een diepe worteling in de neoklassieke economische theorieën als de rationele mens en nutoptimalisatie. Meer interpretatief en critical accounting onderzoek wordt hierdoor overvleugeld, terwijl juist dit type onderzoek meer realistische uitgangspunten neemt, waar nodig breekt met bestaande conventies en daarmee een breder perspectief opent en het vakgebied als geheel verder kan brengen.

Een tweede verklaring is in mijn optiek dat het vakgebied management accounting eveneens nog zoekt naar een eigen identiteit. Management accounting heeft zich de afgelopen jaren toch vooral ontplooid door aan de klassieke economische theorie inzichten uit aanpalende sociale wetenschappen als psychologie en sociologie toe te voegen. Maar in hoeverre kan er sprake zijn van een zelfstandig vakgebied wanneer het slechts inzichten uit onderzoek van andere disciplines in relatie tot elkaar plaatst? Het onderzoeksveld lijkt al even ongrijpbaar als de controller zelf. Hopelijk bieden de – met name in Europa – ingezette, meer innovatieve onderzoeken snel voortschrijdende en praktijkgerichte inzichten.

In mijn volgende (vierde) blog in de reeks “ongrijpbare controller” ga ik in op onze concullega’s: de accountant. Een beroepsgroep waar de controller zich tegen af zet maar zich tegelijkertijd aan spiegelt. Een beroepsgroep onder vuur en onderwerp van politiek debat. Wat betekent dit voor de eigen identiteit van de controller?

Erik De Vries is interim professional bij Yacht