De RJ maakt expliciet onderscheid tussen het eigen vermogen volgens de enkelvoudige jaarrekening en het eigen vermogen volgens de geconsolideerde jaarrekening.

Voor de classificatie van een financieel instrument als eigen vermogen of vreemd vermogen in de enkelvoudige enkelvoudige jaarrekening is de juridische vorm doorslaggevend.

In de geconsolideerde jaarrekening is niet de juridische vorm, maar de economische werkelijkheid van het financieel instrument doorslaggevend voor de classificatie. Zo moet een financieel instrument dat op jaareinde de juridische vorm van eigen vermogen heeft , in de enkelvoudige jaarrekening worden verantwoord als eigen vermogen.

Bijvoorbeeld (cumulatief) preferente aandelen moeten in de enkelvoudige jaarrekening worden verwerkt als eigen vermogen, aangezien deze de juridische vorm van aandelenkapitaal hebben.

Het kan echter zijn dat dezelfde (cumulatief) preferente aandelen op grond van hun economische karakteristieken in de geconsolideerde jaarrekening als vreemd vermogen moeten worden verwerkt.

Een ander voorbeeld is een verplicht converteerbare obligatie. Het aflossingsgedeelte van de convertible kan op basis van de economische realiteit in de geconsolideerde jaarrekening als eigen vermogen worden geclassificeerd. Maar in de enkelvoudige jaarrekening vindt classificatie als vreemd vermogen plaats, op basis van de juridische vorm.

De RJ vraagt in de enkelvoudige jaarrekening wel duidelijkheid over deze verschillen: in het eigen vermogen moet het totaal van de financiële instrumenten die op basis van de economische realiteit als vreemd vermogen zouden worden verantwoord, separaat worden gepresenteerd.


Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism KPMG Audit