CFO's voor het eerst weer meer optimistisch over economische vooruitzicht

Voor het eerst sinds jaren zijn er meer Europese CFO's optimistisch dan negatief over de economische vooruitzichten. Toch zien de meesten (38 procent) op korte termijn geen verandering, en is het Europese sentiment minder optimistisch dan andere werelddelen. Wel verwacht een meerderheid van 42 procent een verbetering in de financiële prestaties van het eigen bedrijf.


Dit blijkt uit de Global CFO Survey, de langstlopende studie wereldwijd naar economisch sentiment onder financiële top-managers, uitgevoerd door Duke University en Tias Nimbas Business School, ondersteund door universiteiten in Japan, Zuid-Afrika en Brazilië.

De CFO survey ondervraagt elk kwartaal CFO’s, een kwart afkomstig uit de Benelux, naar hun verwachtingen op economisch gebied, aangevuld met een gerelateerd onderwerp. Ditmaal is dat de rol van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid binnen de bedrijfsresultaten.

CFO blijft investeren
De meeste CFO’s verwachten geen economische groei op korte termijn. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de lage consumentenvraag, de prijzen die onder druk staan door concurrenten, wereldwijde financiële instabiliteit en overheidsbeleid. Hierdoor staan marges onder druk, is het lastiger verwachtingen uit te spreken over de toekomst om daarop het beleid af te stemmen en wordt het moeilijker om medewerkers gemotiveerd en productief te houden.

Iets minder dan de helft van de CFO’s verwacht in de komende 12 maanden de reserves aan te moeten spreken, voornamelijk om te kunnen blijven investeren.

Topsalarissen onder druk
Uit het onderzoek blijkt tevens dat salarissen van topfunctionarissen onderwerp van gesprek zijn. Hoewel bij een goede 20 procent van de respondenten kritiek is geweest op de topsalarissen, geeft maar liefst 43,5 procent aan komend jaar die vergoedingen aan banden te leggen. In geval van kritiek komt dat meestal van aandeelhouders en eigenaren of de Raad van Bestuur.

MVO omdat het hoort
Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid staat in Europa hoger op de agenda dan in de VS. In Europa vindt 63 procent van de respondenten dit belangrijk tot zeer belangrijk, terwijl het in de VS nog niet de helft is. MVO is nog belangrijk in Azië (67 procent), Zuid-Amerika (76 procent) en Afrika (83 procent).

De MVO-initiatieven zijn met name gericht op de eigen medewerkers en het management, de klanten en het milieu. De redenen ervoor hebben geen directe link met het bedrijfsresultaat. Als voornaamste reden wordt genoemd om het imago te verbeteren, gevolgd door ‘omdat je dat hoort te doen’. Slechts 18 procent zet MVO in om een grotere consumentenvraag te creëren en 10 procent zet het in om de kostenstructuur efficiënter te maken. Maar liefst 56 procent doet dan ook geen moeite om de inspanningen (financieel) in kaart te brengen. Ze hebben er de resources niet voor, of er is geen behoefte toe vanuit de aandeelhouders, of er is te weinig kennis hoe het in kaart te brengen is.

Europees sentiment blijft constant
Europeanen halen op de sentiments-index een score van 53 (op een schaal van 1-100), hetzelfde als vorig kwartaal. Dit is het laagste van alle werelddelen. Zuid-Amerika is weliswaar wat gezakt, maar nog altijd het meest optimistisch met een indexscore van 66. Azië bezet de tweede plaats met 62 en de VS zijn flink gestegen en halen een score van 61.

Kees Koedijk, decaan en directeur TiasNimbas Business School: “We zien langzaam wat verbeteringen in het sentiment, hoewel we in Europa nog een lange weg hebben te gaan. Hopelijk kunnen we een voorbeeld nemen aan de andere werelddelen. De groei in optimisme in de VS is hoopgevend. Als motor van de voortgang voor andere economieën is het van belang dat daar stappen worden gezet in de goede richting.”

Bron: www.cfosurveyeurope.org