Meer dan de helft van de CFO's van grote Europese ondernemingen wordt de afgelopen tijd geconfronteerd met de kritische beoordeling van de pensioensituatie van hun bedrijf door analisten, financiers en overnamekandidaten. Aanleiding is een wijdverspreide angst voor grote ongedekte pensioenverplichtingen die de balanspositie van de onderneming kunnen beïnvloeden. Het onderwerp 'pension governance' staat daarom inmiddels hoog op de corporate agenda. Een en ander blijkt uit onderzoek van beloningsadviesbureau Towers Perrin.

Europese CFO's zijn vooral bevreesd dat de cashflow en winstgevendheid onder druk komen te staan door steeds toenemende bijdragen aan pensioenplannen. Als gevolg daarvan stelt de afnemende voorspelbaarheid van de cashflow en resultatenontwikkeling de CFO voor een nieuwe uitdaging. In Nederland zijn bovendien ook veel bedrijven geconfronteerd geweest met herstelplannen van hun pensioenfondsen, die vaak aanleiding gaven voor het betalen van forse extra premies. De herstelplannen waren nodig omdat pensioenfondsen hun vermogens hebben zien verdampen door slechte rendementen op de uitstaande beleggingen. Daardoor is het vermogen niet (of nauwelijks) meer toereikend om de verplichtingen te dekken. Het onderzoek onder CFO's van grote Europese ondernemingen is een vervolg op een survey die eerder in Amerika (onder Fortune 1000 bedrijven) is uitgezet. Opvallend is dat de Europese CFO's in veel sterkere mate dan hun Amerikaanse collega's het gevoel hebben dat aandeelhouders, medewerkers en managers bang zijn voor een onderdekking van het bedrijfspensioen. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat scherpe accountingrichtlijnen voor personeelsbeloningen relatief nieuw zijn in Europa, terwijl FAS 87 in de VS al vijftien jaar een harde standaard is. In de nieuwe internationale boekhoudregels, die op 1 januari 2005 ook voor Nederlandse ondernemingen een feit zijn, vervalt voor bedrijven het onderscheid tussen pensioenfonds en onderneming. Een mogelijk tekort in het pensioenfonds wordt daardoor direct van invloed op de ondernemingsbalans en de verlies- en winstrekening. Dat wringt nogal met de Nederlandse praktijk, waarin pensioenvoorzieningen vaak zijn ondergebracht in een ondernemingspensioenfonds met een eigen bestuur en eigen verantwoordelijkheid, bij een bedrijfstakpensioenfonds of bij een verzekeringsmaatschappij. Nederlandse bedrijven met buitenlandse vestigingen hebben nog een extra probleem. Tot nu toe hebben zij nauwelijks bemoeienis met de pensioenplannen in de verschillende landen waar ze actief zijn. Die horen veelal tot de verantwoordelijkheid van het lokale management. Buitenlandse pensioenverplichtingen bedragen in de helft van de gevallen meer dan 25 procent van de Nederlandse pensioenverplichtingen.