Strakkere regelgeving, mondige aandeelhouders, een overvloed aan financiële data en sterke expansie zorgen voor overbelasting van de CFO. Voor analyse van concerninformatie zijn CFOs steeds meer aangewezen op de snel groeiende functie van zware business controller. Zonder zijn hulp dreigen concerns te verlammen.

Te midden van alle berichten over het groeiend aantal vacatures valt de toenemende vraag naar financiële toppers nauwelijks op. Toch is de vraag naar financieel deskundigen duidelijk aanwezig en voorlopig nog niet voorbij.

De zogenaamde Financiële Recruitment Index van het internationale recruteringsbureau Robert Half toont een zeer sterke vraag naar financieel personeel. Deze vraag ligt al meer dan een jaar permanent boven de 20 procent.

Dat betekent dat meer dan 20 procent van de ondervraagde bedrijven aangeeft de financiële functie uit te breiden. Tegelijkertijd toont het percentage bedrijven dat aangeeft deze functie te laten krimpen sinds vorig jaar zomer een gestage daling.

Deze trend blijft niet beperkt tot Nederland, maar doet zich in dezelfde mate voor in andere landen in West-Europa, Amerika en het Verre Oosten. De stijging van de index is begonnen in 2003 en piekte in het najaar van 2005. Het lijkt logisch om een verband te leggen met de bloei van de wereldeconomie. Hoe meer groei, hoe meer financiële capaciteit er immers nodig is.

Maar er is meer aan de hand. Niet de vraag naar extra capaciteit is opvallend, maar de uitzonderlijk grote vraag in concerns naar financiële kennis op topniveau. Dienstverleners die bemiddelen in financieel toptalent, profiteren meer dan andere intermediairs op de arbeidsmarkt voor financials.

Zo meldde het bedrijf ConQuaestor dit voorjaar dat de geambieerde groei van de organisatie vooral moet komen uit de divisie waar de financiële professionals zitten. Dit bedrijf voorziet ook in consultants en interim-managers, maar daar vindt een minder sterke groei plaats.

De grote vraag naar financiële zwaargewichten komt rechtstreeks uit de bestuurskamers van beursfondsen en andere grote bedrijven. De CFO-functie is te groot geworden voor één enkele bestuurder, waardoor de CFO niet meer in staat is zijn taken volledig uit te voeren.

De continuïteit en de slagkracht van de organisatie zijn daardoor in het geding. Tot voor kort bemoeide de CFO zich nog nadrukkelijk zelf met de analyse van de financiële informatie. Gewapend met kennis van zaken communiceerde hij met medebestuurders, kredietverschaffers en aandeelhouders.

Inzicht in deze materie vormde de onderscheidende eigenschap van de CFO. De organisatie is voor haar functioneren in belangrijke mate afhankelijk van zijn kennis van zaken.

Maar sinds een jaar of vier verliest deze topbestuurder het inzicht in de betekenis van de financiële data. Het moment waarop deze trend zich begon af te tekenen, valt samen met de stijgende trend in de Financiële Recruitment Index. Steeds meer aandacht van de CFO gaat uit naar controle en verantwoording, zodat er van analyse en het daarop gebaseerde beleid minder terecht komt.

Aan financiële informatie heeft hij geen gebrek, integendeel. Maar hij heeft steeds minder tijd beschikbaar om de groeiende stroom financiële data te analyseren. Dit onvermogen tast zijn span of control aan.

Om dat te voorkomen wint tussen de financiële top van het grootbedrijf en de financiële hoofden van businessunits een nieuwe tussenlaag gestaag terrein. Die bestaat uit business controllers, financieel specialisten die in staat zijn de financiële informatie voor de CFO op corporate niveau te analyseren. Die is daar zelf steeds minder toe in staat, terwijl hij juist steeds afhankelijker wordt van financiële analyses op concernniveau.


OPZIENBAREND
Er zijn verschillende ontwikkelingen die hieraan ten grondslag liggen. Ze zijn geen van alle opzienbarend, maar tezamen zijn ze toch te veel van het goede voor de financiële topmensen in concerns. In de komende jaren van groei, fusies en overnames zal dit beeld alleen nog maar sterker worden.

De meest zichtbare ontwikkeling is die van de strakker wordende regelgeving voor beursfondsen. In Nederland werd de code-Tabaksblat ingevoerd, in Amerika maakte de Sarbanes-Oxley-wetgeving furore. De invloed daarvan strekt zich wereldwijd uit, tot alle bedrijven met een listing in de VS. Daarna volgden IFRS en Bazel II. Zoals bekend heeft al deze regelgeving te maken met de grotere vraag naar risicobeheersing en controle.

Deze regelgeving komt neer op toenemende verantwoording en transparantie. Steeds meer tijd van de CFO gaat zitten in het bewaken van procedures en het afleggen van verantwoording. Waar de CFO vijf jaar geleden nog vaak de deskundige op de achtergrond was die zich alleen op aandeelhoudersvergaderingen liet zien, is hij nu voortdurend in beeld als het financiële gezicht naar buiten.

De CFO is steeds meer rapporteur en ambassadeur geworden en steeds minder de financieel adviseur van het bestuur. Zelfs de politiek kijkt hem op de vingers. In het regeerakkoord is afgesproken dat de naleving op de code-Tabaksblat nauwlettend zal worden gevolgd.

Nauw verbonden met deze ontwikkeling van toenemende controle en verantwoording is de trend dat informatie sneller beschikbaar en ook beter toegankelijk is. Financiële data moeten naar hun bron te herleiden zijn, en dat lukt steeds beter.

Veel bedrijven zijn daar indrukwekkende IT-projecten voor gestart, die financiële data bundelen en integreren. Financiële gegevens worden verzameld en aangeleverd in een tempo dat drie jaar geleden nog ondenkbaar was.

De CFO zit aan het einde van deze financiële pijplijn. Door de enorme toevloed van informatie en zijn steeds nadrukkelijker rol naar buiten is hij steeds minder in staat de informatie zelf te analyseren. Hij wordt in toenemende mate afhankelijk van het overzicht en de deskundigheid van vertrouwelingen in zijn directe omgeving.

Ook buiten de financiële functie beinvloedt de informatietechnologie het werk van de CFO. Business intelligence bijvoorbeeld, het systematisch bundelen van informatie, neemt in veel bedrijven sterk toe. Ook dat leidt tot een grotere informatiestroom richting de CFO.

Daar komt nog de sterkere greep van aandeelhouders bij. In Amerika was de invloed van beleggers altijd al aanzienlijk. De invoering van de code-Tabaksblat heeft de aandeelhouders in ons land echter veel mondiger gemaakt.

Van die zeggenschap maken ze gebruik ook, wat eveneens druk legt op de CFO. Rob Pieterse, voorzitter van de VEUO (Vereniging van Effecten Uitgevende Organisaties), pleitte eerder dit jaar voor een beleggerscode. Daarmee moeten vooral de hedgefunds aan banden worden gelegd. Zijn idee oogst in de financiële wereld nog weinig bijval.

Verder staat de functie van de CFO onder druk door de toenemende schaalvergroting van bedrijven. Er vinden veel bedrijfsovernames en andere vormen van expansie plaats. Deze veranderingen maken inzicht in de financiële informatie nog belangrijker.


HOOI
Al die factoren samen vormen te veel hooi op de vork van de CFO. Die is genoodzaakt door wet- en regelgeving zijn prioriteit te leggen bij het verantwoorden van de financiën. De noodzakelijke analyse van de concernfinanciën delegeert hij in steeds meer naar business controllers.

Een alternatief is er niet. Dieper liggende lagen in de financiële kolom zijn gericht op business-units en dochterbedrijven. De financieel specialisten daar beperken hun verantwoordelijkheid tot delen van de organisatie, zonder overzicht over het gehele concern.

Grote ondernemingen kunnen niet meer zonder zware secondanten die de CFO versterken. Terwijl de verplichting tot verantwoording en controle toeneemt, stijgt ook de druk van aandeelhouders om de bedrijfswinsten te maximaliseren. Het management is daardoor gedwongen toezeggingen te doen, die steeds moeilijker kunnen worden ingelost.

Inzicht in de financiële mogelijkheden en snelheid van handelen worden steeds belangrijker, terwijl juist deze factoren in concerns onder druk staan. Zonder hulp van business controllers dreigen concerns flexibiliteit te verliezen. Hun vermogen om in te spelen op veranderingen neemt af, waardoor ze kwetsbaar worden.

Naarmate een CFO zich meer concentreert op zijn rol van controle en verantwoording, neemt het belang van de business controller toe. Die moet een brug slaan tussen de financiële informatie en de strategie van een bedrijf. Deze professionals zijn de laatste jaren dan ook zeer in trek.

Het probleem is dat ze nog niet zo gemakkelijk zijn te vinden. De functie stelt hoge eisen aan betrouwbaarheid, discretie en kennis van zaken. Niet alleen moet hun financieel inzicht excellent zijn, ze moeten ook een meer dan gemiddeld inzicht in strategie en bedrijfsvoering hebben. CFO’s moeten blind kunnen varen op deze specialisten, die bij voorkeur registeraccountants of registercontrollers zijn met ruime ervaring in complexe organisaties.

Het belang van de functie van business controller staat in geen verhouding tot de zichtbaarheid ervan. Waar de CFO in toenemende mate het symbool is geworden van transparantie en verantwoording en steeds nadrukkelijker op de voorgrond verschijnt, blijven de nieuwe assistenten volstrekt op de achtergrond.

Op de hiërarchische ladder nemen zij een bescheiden plaats in. Zelfs binnen het concern zijn ze amper waarneembaar. Ze sturen hooguit een beperkt aantal specialisten aan en zijn alleen verantwoording schuldig aan de CFO. Maar hun invloed op de strategie van het concern groeit gestaag. Zelfs als het economische tij keert en het aantal financiële vacatures daalt, zal de zware business controller aan betekenis blijven winnen.


HARRY VERKLEIJ is manager financial operations bij Jefferson Wells