Bij de eerste tegenwind ging het al mis

Groot, groter, grootst. Dat was de tendens in de automotive. Totdat de financiële crisis uitbrak; nu is het drama.

Kroymans Corporation blijft bestaan, maar moet een groot aantal onderdelen van het bedrijf verkopen. Als een van Nederlands grootste autodealers en -importeurs is het bedrijf – onder meer bekend van merken als Chevrolet, Hummer, Saab en Alfa Romeo – zeker niet de enige die in de problemen kwam.

Autobedrijf HDMG uit Eindhoven ging failliet. Eric van Gerwen, automotivespecialist bij Berk Accountants en Belastingadviseurs: ‘Voor de crisis reikten de bergen voor de automotive hoog. De tendens was: groot, groter, grootst. Hoe meer filialen, showrooms en merken een autobedrijf had hoe beter. De glazen paleizen werden op A-locaties gehuurd. De banken financierden wel.’

Worst case scenario
Deze hallelujastemming is verstomd. Autobedrijven kunnen de schuldenlast niet meer opbrengen. Naïef wil Van Gerwen de bedrijven en banken niet noemen. ‘Achteraf is het altijd makkelijk praten. Maar je kunt wel zeggen dat ze nooit rekening hebben gehouden met het worst case scenario, zelfs niet met een minder erg scenario dan dat. Ze zijn er altijd vanuit gegaan een half miljoen auto’s te kunnen verkopen. Dat is veel meer dan de huidige verwachting van slechts 400.000.

Daarom ging HDMG onlangs failliet. Het bedrijf opereerde volgens de “het gaat ons voor de wind”-filosofie, maar bij het eerste beetje tegenwind ging het al mis.’ De ontwikkelingen bij Kroymans noemt Van Gerwen dramatisch. ‘Er zijn veel ontslagen gevallen. Elke doorstart betekent bovendien een verdere ontmanteling van het bedrijf.

Daarmee keert Kroymans terug naar de hoedanigheid van lang voor toen het grote opkopen begon. Dat is niet erg. Bedrijven die vrij conservatief opereren – met een eigen werkplaats en eigen onroerend goed – maken goede kans. Bedrijven die werkplaatsen hebben, zijn van werk verzekerd. De aankoop van een auto, zowel privé als zakelijk, wordt uitgesteld. Die nieuwe auto komt er op den duur wel; dat valt niet lang te rekken.’

Pareltjes
Gelijk met de crisis loopt een aantal andere ontwikkelingen. Van Gerwen: ‘De tweedehandsmarkt heeft te lijden onder internet en de bijbehorende transparantie. Rentals die een half jaar gebruikt zijn, krijgt een dealer nu niet meer verkocht. Bovendien is de BPM omlaag gegaan. Er gebeurt nogal wat in de automotive. Dat neemt niet weg dat de vraag naar auto’s blijft. Het is alleen de vraag hoeveel voorraad een autobedrijf moet hebben en wanneer een dealer voor welke prijs moet verkopen, en wanneer hij zijn verlies moet nemen.’

Hij denkt dat er in de sector op overnamegebied zeker nog pareltjes zijn te vinden. ‘Dealervestigingen die altijd rendabel zijn geweest, omdat ze een eigen pand hadden en niet huurden. Met een courante voorraad op een goede locatie. Dan kun je ook in deze tijden nog prima geld verdienen in deze sector.’

Beheersbaarheid
Fiat topman praat maandag over overname Opel. Fiat overweegt fusie met General Motors. Krantenkoppen van 2 en 3 mei dit jaar. ‘Die “gekke” Italianen doen het zo slecht nog niet’, licht Van Gerwen toe. ‘Fiat is typisch zo’n familieconcern dat overleeft. Al had Fiat het in Nederland nooit gemakkelijk, Europees ging het ze goed. De interesse voor Opel ligt simpel in het feit dat het een koopje is. De nieuwe modellen van Opel zijn niet aangeslagen, het merk heeft de slag gemist.’

Toch zet hij vraagtekens bij de zin van een overname van Opel door Fiat. ‘Is groter beter? Ik vraag me af wat Opel aan Fiat toe kan voegen. Er valt weinig synergie te behalen. Ja, op de rekentafel misschien, maar of dat in de praktijk ook zo uitpakt…. De voordelen die ik zie, liggen op het niveau van distributie. Niet in fabrieken, ieder heeft immers zijn eigen types, niet in research en development. Fiat moet zich niet overeten. Het gevaar van te grote bedrijven is dat de beheersbaarheid in gevaar komt.’

Maatregelen
Ondanks meerdere hulpvragen vanuit de Amerikaanse automotive houdt de overheid zich op de vlakte. Dat is ook in Nederland het geval. ‘De Amerikaanse overheid mengt zich, maar is tegelijkertijd afwachtend. Ze houdt afstand’, zegt Van Gerwen. ‘Laat de sector zich maar opschonen, lijkt ze te denken. Ik vind het goed dat de Amerikaanse overheid zich niet teveel in de industrie wil mengen. Dat neemt niet weg dat ze wel de omstandigheden kan creëren die het de automotive sector makkelijker maken.

Daar is de Nederlandse maatregel werktijdverkorting een voorbeeld van. Een andere mogelijkheid: procedures vergemakkelijken waardoor de ontwikkelingen in de sector sneller kunnen gaan. Neem de bouw, tussen de ontwerp- en uitvoerfase zit zoveel tijd. Als de overheid een stapje terug doet, gaan woningcorporaties wel weer bouwen. Het kost weinig en levert veel op. Zoiets is ook voor de automotive denkbaar. Niet teveel overheidsbemoeienis maar een duwtje in de goede richting.’

Toekomst: duurzaamheid
 De automotive heeft het dieptepunt nog niet bereikt. Die volgt volgens Van Gerwen na de zomervakantie. ‘Traditioneel zijn januari en februari de beste maanden. In de zomer worden bestedingen in de toeristische sector gedaan.’ Hij denkt dat de bedrijven die de crisis overleven sterker naar voren komen, maar hoeveel merken overblijven is onduidelijk. ‘De cyclus gaat in elk geval wel weer lopen. Wel met wat veranderingen, maar die waren sowieso al ingezet. Duurzaamheid is de volgende stap. Over deze ontwikkeling maak ik me geen zorgen, daar komt de sector niet door in de problemen. Duurzaamheid gaat stapsgewijs en daar worden goede afspraken over gemaakt. De elektrische auto is sneller gemeengoed dan we denken.’