'Beste scenario als giganten de degens kruisen'

Het Duitse RWE AG wil Essent en het Italiaanse energiebedrijf Eni heeft interesse in Nuon. De Nederlandse energiemarkt is volop in beweging. Een logisch gevolg van de liberalisering van de energiemarkt die jaren geleden werd ingezet.

‘De Europese Unie wilde al in de jaren tachtig een Europese markt voor energie en gas ontwikkelen’, aldus Catrinus Jepma, hoogleraar energie en duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘De energiebedrijven waren staatsbedrijven en dat strookte niet met het idee van een vrije markt. Er bestond geen concurrentie, energie en gas werden niet vrij verhandeld.’ Daarom werd besloten stapsgewijs de energiebedrijven te ‘ontmantelen’. De bedrijven moeten hun netwerken en leidingen afstoten, welke in overheidshanden blijven. De focus van de bedrijven komt op de verhandeling van gas en elektriciteit te liggen. ‘Eerst was de gasmarkt aan de beurt. Daarna de stroommarkt. Ook de watermarkt moest volgen, maar dat bleek geen haalbare kaart.’

Ondanks het besluit van de Europese Unie mochten de Europese landen zelf weten hoe snel ze hun energiebedrijven wilden liberaliseren. Jepma: ‘Nederland besloot een aantal jaar geleden bij de voorlopers te willen horen. Het was duidelijk dat de relatief kleine spelers Essent en Nuon niet alleen kunnen overleven naast energiegiganten die scherp kunnen onderhandelen over inkoopprijzen. Daar is indertijd veel kritiek op geweest, want we wilden onze Nederlandse energiebedrijven niet verliezen. Maar de politiek gaf aan: we zijn één Europa, dus dat maakt niet uit.’


Koehandel
Volgens Jepma is de timing van de overnames toeval. ‘Dat had net zo goed een half jaar geleden kunnen zijn. De afgelopen maanden zijn onder meer gebruikt om te kijken hoe merkentrouw klanten zijn. Internationale energiebedrijven hebben kunnen waarderen wat een klantenbestand waard is. Nu is het spel op de wagen.’

Wel is het mogelijk dat de mededingingsautoriteit roet in het eten gooit. Zij heeft het recht op een blokkade op een overname. De overname van Essent door RWE, die beide partijen wensen, is daar een voorbeeld van. ‘RWE is niet gesplitst’, verklaart Jepma de weerstand. ‘Het energiebedrijf kan bijvoorbeeld een deel van de netwerken afstoten om de overname acceptabeler te maken. Het is een beetje een kwestie van onderhandelen tussen de mededingingsautoriteiten en de overnemende partij.’

De voordelen van fusies en overnames in de energiebranche laten zich raden. ‘Theoretisch kunnen de partijen, des te groter ze zijn, goedkoper inkopen. Kleine partijen redden dat niet. Maar het is op voorhand nooit zeker of de bedrijven deze prijsvoordelen volledig doorgeven aan de eindgebruiker’, vertelt Jepma.

‘Het blijft momenteel bij speculeren. Een andere optie is dat een aantal energiegiganten de degens kruisen. Dat is het beste scenario voor de consument, want dat leidt meestal tot lagere prijzen. De klant kan dan als een sprinkhaan naar de goedkoopste aanbieder hoppen. Een derde mogelijkheid is dat de energiebedrijven stilzwijgend de regio’s verdelen en hun eigen territorium afbakenen. Voor consumenten geen ideale situatie, omdat de bedrijven elkaar dan minder dan mogelijk is op prijs beconcurreren.’


Tweeslachtig

Het toezicht op de liberalisering ligt vanzelfsprekend bij de Europese Commissie (EC). De focus ligt met name op de kopers. De verkopers zijn in een aantal gevallen de openbare organen zoals provincies. De vraag die de EC moet beantwoorden is, blijft er na de overname uiteindelijk voldoende concurrentie over? Volgens Jepma is de positie van de EC wat tweeslachtig. ‘Aan de ene kant wil ze liberalisering.

Het gevolg is ontbundeling en dus dat de kleine handelsmaatschappijen uiteindelijk worden overgenomen, terwijl de EC aan de andere kant de concurrentie moet bewaken.’ De keuze van de aandeelhouders van Nuon en Essent voor internationale energiebedrijven vindt Jepma begrijpelijk.

‘Maar ze hadden ook samen met een derde internationale partij kunnen gaan. Dan hadden we een energiebedrijf gehad dat aardig mee kon doen én met Nederlandse signatuur. Het Deense Dong heeft wel voor een soortgelijke constructie gekozen. Het kan dat de huidige keuze uit financiële overwegingen bij de verkopende partijen zijn voortgekomen.’

De Amerikaanse energiemarkt loopt qua liberalisering voor op de Europese. Deze werd al eerder geliberaliseerd. Moeten we een voorbeeld nemen aan de Amerikanen? ‘Het hangt er van af in hoeverre je in liberalisering gelooft’, stelt Jepma. ‘In de Verenigde Staten bepalen de vraag en het aanbod op een anonieme markt meestal de prijs. De energiebedrijven sluiten bovendien vaak vrij korte contracten.

De gevolgen zijn veelal instabielere prijzen. In Europa hebben we tot nu toe veel meer met langetermijncontracten gewerkt; dat geeft rust. Een ander effect van de liberalisering is in de praktijk dat er minder expliciete aandacht voor leveringszekerheid is, zoals dat eerder wel het geval was. Dat werkt ook weer door in de noodzaak om te investeren in onder meer de infrastructuur. Bij een minder voorspelbare markt moet je meer overdimensioneren. Maar liberalisering kan ook positief werken. Vooral als het initiatieven in de markt stimuleert om stappen te zetten op het gebied van duurzame energie.’