Begin van industriele malaise?

Nederland en andere landen zien dalingen in juni: productie, export, en zelfs de economie.

De industriële productie nam met 2,2 procent af ten opzichte van juni 2018, zo meldt het CBS vandaag. Het was de vierde achtereenvolgende maand waarin de productie kromp. Van mei op juni daalde de industriële productie met 0,8 procent. De meeste bedrijfsklassen in de industrie hadden te maken met krimp.

De productie van elektrische en elektronische apparaten kromp het sterkst, en ook bij reparatie, onderhoud en service, transportmiddelen en chemische producten was sprake van krimp, aldus het statistiekbureau. Daar tegenover stond een groei in de productie van de machine-industrie groeide het sterkst, terwijl ook de productie van de voedingsmiddelenindustrie groeide.

Elders in Europa gaat het ook niet goed. De productie van de Franse industrie is in juni met 2,3 procent gedaald ten opzichte van de voorgaande maand, hoewel de productie op jaarbasis in juni gelijk bleef.
De goederenexport van Duitsland daalde in juni ook, na een stijging een maand eerder. De daling was echter zeer klein, 0,1 procent in vergelijking met mei, toen nog sprake was van een bijgestelde groei met 1,3 procent. Economen hadden voor juni gemiddeld verwacht dat de Duitse export gelijk zou blijven. De import zag een omgekeerde trend:  een stijging in juni van 0,5 procent toe vergeleken met mei, toen de Duitse invoer met een bijgestelde 0,3 procent daalde.
Voor economen blijkbaar toch nog verrassend was de dat de Britse economie in het tweede kwartaal ook kromp, met 0,2 procent. Het gaat om de eerste krimp op kwartaalbasis sinds 2012. Eigenlijk werd een stabilisering verwacht, ondanks de Brexitperikelen. In het eerste kwartaal was nog sprake van 0,5 procent groei.
Geen artikelen gevonden.
(bron: ANP, CBS)