Begin februari zijn de vier arresten in de Ahold-zaak gepubliceerd. Deze arresten beslaan per stuk een kleine 300 pagina's. De eerste vier hoofdstukken zijn gelijkluidend. Daarin worden door het Hof de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, zoals gepubliceerd in de jaarverslagen en 'annual reports on Form 20-F', getoetst aan de normen van het Nederlandse en het Amerikaanse jaarrekeningenrecht (Dutch GAAP en US GAAP).

In hoofdstuk vijf wordt per verdachte (de voormalige Ahold-bestuurders Van der Hoeven, Meurs en Andreae en de voormalig commissaris Fahlin) aangegeven welke tenlastegelegde feiten volgens het Hof al dan niet kunnen worden bewezen verklaard.

Er waren door Ahold control- en sideletters opgesteld als aanvulling op de aandeelhoudersovereenkomsten van vier joint ventures. De control-letters waren opgesteld om de externe accountant ervan te overtuigen dat Ahold beschikte over voldoende zeggenschap (control) over deze joint ventures.

Bijna tegelijkertijd zijn sideletters opgesteld, die juridisch gezien de control-letters teniet deden. De control-letters zijn aan de externe accountant overhandigd, maar de sideletters niet. Hierdoor de is de accountant bewogen tot de afgifte van ‘auditors reports’, waarvan de tekst was opgenomen in de ‘annual reports on Form 20-F’.

Door Ahold waren letters of representations getekend, waarmee de klant aangeeft de accountant toegang te hebben gegeven tot alle voor de controle relevante gegevens. Het Hof oordeelt hierover dat het opzettelijk achterhouden van de tweede sideletters leidt tot valsheid van de desbetreffende letter of representations.


Dutch GAAP

De toetsing aan het Nederlandse jaarrekeningenrecht kostte het Hof veel hoofdbrekens. De beslissing luidt uiteindelijk dat niet kan worden aangetoond dat het Ahold niet was toegestaan een vijftal joint ventures naar het Nederlandse jaarrekeningenrecht te consolideren.


US GAAP


Wat betreft de Amerikaanse regels kwam het hof tot een ander oordeel, namelijk dat door Ahold niet voldaan was aan de consolidatiecriteria van US GAAP, waardoor de ‘reconciliation notes’ in ‘annual reports on Form 20-F’ valselijk waren opgemaakt. Het Hof concludeert hierover in rov. 4.5.4: “Op grond van het in subparagraaf 4.5.1 tot en met 4.5.3 overwogene, in onderlinge samenhang beschouwd met de in de paragrafen 4.3 en 4.4 opgenomen oordelen over de daarin besproken US GAAP-documenten, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het Ahold in elk geval voor de boekjaren 1999 tot en met 2001 na het opstellen en ondertekenen van de controlletters en de tweede sideletters niet was toegestaan de desbetreffende joint ventures naar US GAAP te consolideren en dat Ahold, door in de over die jaren bij de SEC gedeponeerde financiële verslaggeving (waaronder de jaarlijks ingediende Forms 20- F) wél uit te gaan van consolidatie naar US GAAP, zich schuldig heeft gemaakt aan het indienen van ‘materially misleading statements’.” Ook de SEC oordeelde dat er sprake is van ‘an accounting fraud case’ in de vorm van ‘materially misleading statements’ omdat de gebruikte sideletters ‘nullified the controlletter’. De voormalige Ahold-bestuurders Van der Hoeven, Meurs en Andreae worden veroordeeld en de oud commissaris Fahlin wordt volledig vrijgesproken. Meurs is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een boete van 100.000,-, euro Andreae is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van 50.000,- euro en Van der Hoeven is veroordeeld tot een geldboete van 30.000,- euro. Het Hof geeft ten aanzien van Meurs wel aan dat een onvoorwaardelijke straf van langere duur zou zijn aangewezen, maar de persoonlijke omstandigheden van Meurs brengt het Hof ertoe toch geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.


Bron:
Tijdschrift Financieel Management: Legal Update ism BANNING Advocaten