De invoering van een flexibele AOW is het eenvoudigst en goedkoopst als niet de Sociale Verzekeringsbank (SVB), maar pensioenfondsen en verzekeraars zich over de uitvoering ervan ontfermen. Zij bieden al jaren flexibele oplossingen voor vervroegd of uitgesteld pensioen en hebben de benodigde kennis daardoor al in huis.

Dat stelt Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing naar aanleiding van het wetsvoorstel van Tweede Kamerlid Norbert Klein voor een flexibele AOW, de doorrekening daarvan door het Centraal Planbureau en het ‘10-puntenplan flexibele AOW’ dat de FNV onlangs presenteerde. 

Doel van een flexibele AOW is dat vooral werknemers met zware beroepen de mogelijkheid krijgen om eerder met pensioen te gaan. Daar staat dan een nader te bepalen korting op hun uitkering tegenover. Uit de doorrekening van het wetsvoorstel door het Centraal Planbureau blijkt dat het flexibiliseren van de AOW-ingangsdatum op de lange termijn slechts marginale financiële effecten heeft.

Knelpunten bij SVB
Voor de SVB heeft de invoering van een flexibele AOW heel wat voeten in de aarde. Zo zal de bank op een meer individuele aanpak voor pensioengerechtigden moeten overgaan, met hogere uitvoeringskosten tot gevolg. Ook moet het huidige administratiesysteem van de bank waarschijnlijk worden aangepast en brengt een flexibele AOW actuariële problemen met zich mee. 

“Allereerst moet voor een flexibele AOW worden bepaald hoe een korting of opslag wordt vastgesteld,” aldus Frank Driessen, Chief Commercial Officer van Aon Hewitt. “Daar komt heel wat bij kijken. De SVB houdt voor het aanpassen van de AOW-leeftijd nu bijvoorbeeld geen rekening met de stijgende levensverwachting. Pensioenfondsen doen dat wel en passen bovendien een rentevoet toe. Ook die lijkt in de huidige voorstellen voor een flexibele AOW te ontbreken.”

Selectierisico
In zijn voorstel stelt de FNV voor dat lagere inkomens bij een vervroegde ingang van de AOW-uitkering minder korting krijgen dan hogere inkomens. “De vraag is of dat wel uitvoerbaar is door de SVB,” aldus Driessen. “Die heeft immers geen weet van de hoogte van andere uitkeringen, zoals de aanvullende pensioenen. Nivellering via belastingen ligt meer voor de hand.”

Driessen plaatst ook vraagtekens bij de berekeningen van het Centraal Planbureau. Daarin lijkt geen rekening te zijn gehouden met het zogenoemde selectierisico. Dat houdt in dat toekomstige generaties moeten betalen voor de stijging van de uitkeringslasten als grote groepen mensen vervroegd een AOW-uitkering krijgen. “Het is de vraag of dat rechtvaardig is,” aldus Driessen.

Aangewezen partijen
Gezien de grote gevolgen van een flexibele AOW voor de SVB, lijken pensioenfondsen en verzekeraars de aangewezen partijen voor de uitvoering van een flexibel stelsel. Zij voeren collectieve aanvullende pensioenregelingen uit binnen de tweede pijler en bieden al diverse flexibele mogelijkheden aan. Zo is de ingang van het ouderdomspensioen al flexibel en bestaat er al een tijdelijk ouderdomspensioen ter overbrugging van de periode waarin iemand wegens vervroeging nog geen AOW ontvangt.
Bijkomend voordeel is dat uitvoering door pensioenfondsen en verzekeraars voor de meeste werknemers financieel gunstiger uitpakt. Daar waar in het wetsvoorstel van Tweede Kamerlid Klein wordt uitgegaan van een korting van 6,5% per jaar vervroeging, blijkt uit onderzoek van Aon dat grote pensioenfondsen een iets lagere korting toepassen.

Lage inkomens
Het veelgebruikte argument dat lage inkomens geen of een beperkt aanvullend pensioen zouden hebben, is volgens Driessen niet juist. “Ruim tien jaar geleden zijn de franchises in pensioenregelingen dermate fors verlaagd dat ook de lagere inkomens inmiddels een redelijk ouderdomspensioen opbouwen”, legt hij uit. Daardoor kunnen zij wel degelijk vervroegd met pensioen. Omdat het wetsvoorstel van Klein al voorschrijft dat een eerdere ingang van de AOW-uitkering niet tot een lager inkomen dan het sociale minimum mag leiden, is vervroeging bij pensioenfondsen en verzekeraars aan dezelfde groepen voorbehouden als in geval van uitvoering door de SVB. “De AOW-uitkering is namelijk het sociale minimum,” aldus Driessen.