Alternatieve financieringsvormen (deel 1)

Het aandeel in financiering door de huisbankier neemt jaar in jaar uit met ongeveer 10 procent af. Daarom moeten accountants, maar ook controllers en eigenaren van ondernemingen op de hoogte zijn van de ins en outs van alternatieve financieringsvormen. Deel 1 van een serie.

Cliënten in het midden- en kleinbedrijf hebben nu en in de toekomst steeds meer moeite met het vinden van een financiering bij hun huisbankier. Banken worden onder andere door steeds verdergaande wet- en regelgeving gedwongen voorzichtiger te zijn bij het verlengen van de huidige kredietfaciliteiten laat staan bij het verstrekken van aanvullingen op bestaande kredieten dan wel het verstrekken van nieuwe kredieten.

Daarom moeten accountants, maar ook controllers en eigenaren van ondernemingen op de hoogte zijn van de ins en outs van alternatieve dan wel complementaire financieringsvormen. In deze en volgende publicaties wordt u op de hoogte gebracht van bestaande en nieuwe alternatieve financieringsvormen. Centraal bij elke financieringsvorm staan zes standaard vragen:

  • hoeveel financiering heeft de onderneming nodig?
  • op welke wijze presenteert het bedrijf zich?
  • welke toekomstverwachtingen zijn er in het bedrijf?
  • welke toekomstverwachtingen zijn er in de branche waarin het bedrijf opereert?
  • welke zekerheden zijn beschikbaar voor de financiering?
  • in welke fase bevindt zich de onderneming?

Om te beginnen bij de fase waarin een onderneming zich kan bevinden onderscheid de huidige vakliteratuur de volgende fasen: idee-/plan- of voorbereidingsfase, daarbij is de kapitaalbehoefte beperkt tot circa 50.000 euro, de startfase daarbij hoort een kapitaalbehoefte tussen de 50.000 en 100.000 euro, de vroege groeifase waarbij een kapitaalbehoefte hoort van 150.000 tot circa 300.000 euro, de groeifase, in deze fase loopt de kapitaalbehoefte uiteen van 300.000 tot 1.000.000 euro, de volwassenheidsfase waarbij de kapitaalbehoefte de 1.000.000 euro overstijgt, de neergaande of doorstartfase.

Twee subvormen
 

Als men spreekt over alternatieve financieringsvormen bestaan er twee subvormen die telkens zullen terugkomen in de publicaties over dit thema. We spreken dan over interne financieringsvormen en externe financieringsvormen; beide komen in de komende publicaties uitgebreid aan bod.

In 2015 zal het Nederlandse bedrijfsleven op zoek (moeten) gaan naar circa 25 miljard euro krediet. Daarbij is werkkapitaal de primaire behoefte, alleen de kans van slagen daarvoor is het kleinst. Het aandeel in financiering door de huisbankier neemt jaar in jaar uit met ongeveer 10 procent af, andere spelers nemen marktaandeel af. Het aandeel in financieringen door banken was in 2012 circa 75%, in 2013 circa 55% en in 2014 minder dan 50%. Het lijkt erop dat de situatie in de financiële wereld in Nederland meer en meer gaat lijken op die van in de Verenigde Staten van Amerika, daar spelen de traditionele (huis)banken slechts een bescheiden rol van 25% in van de gehele financieringsmarkt.

Benieuwd naar welke alternatieve financieringsvormen aan de orde zullen komen? Zie hieronder een niet limitatieve opsomming van alternatieve financieringsvormen waar u met ingang van 2015 meer over te weten zult komen: seedfondsen, NPEX, american factoring, kredietunies, crowdfunding, bootstrapping, overheidsregelingen, mezzanine financieringen, informal investors en participatiemaatschappijen.

Stefan Betting is eigenaar/oprichter van PROFEDA B.V. een organisatie gericht op het geven van trainingen aan en adviseren van accountants(kantoren). Met meer dan 23 docenten en adviseurs staan zij dag in dag uit accountants bij in hun dagelijkse uitdagingen. Verder is Stefan verbonden als docent bij Nyenrode Business Universteit, Alex van Groningen, de NBA, het NIVE en het IFBD in België en geeft hij in binnen- en buitenland trainingen aan de top 500 van het bedrijfsleven.