Tal van fabrieken sluiten door ernstige energiecrisis in het land.

De bedrijvigheid in de Chinese industrie is deze maand voor het eerst gekrompen sinds februari 2020. De Chinese industrie heeft veel last van de grootschalige stroomtekorten die het land plagen en de maatregelen van de overheid om het stroomverbruik te verminderen, waardoor soms fabrieken moeten sluiten.

De zogenoemde inkoopmanagersindex van de overheid, die de bedrijvigheid meet, zakte in september naar een stand van 49,6 van 50,1 in augustus. Een stand van 50 of meer wijst op groei, daaronder op krimp. De graadmeter voor de dienstensector in China, met bijvoorbeeld horeca en detailhandel, stond wel boven de 50.

Verschillende zakenbanken hebben al hun groeiramingen voor de Chinese economie, de tweede van de wereld, voor dit jaar naar beneden bijgesteld vanwege de stroomtekorten, die bovenop de problemen in de toeleveringsketen, hoge grondstoffenprijzen en de lokale virusuitbraken in China komen. Dat stroomtekort is ontstaan door tekorten aan steenkool om centrales te stoken, de hoge vraag naar elektriciteit door het herstel van de coronacrisis en maatregelen van China om de uitstoot te verlagen waardoor steenkoolcentrales moesten sluiten.

Ook is er veel onzekerheid rond de grote Chinese vastgoedontwikkelaar Evergrande die in ernstige financiële problemen verkeert en failliet dreigt te gaan. Een faillissement van Evergrande zou ook een negatieve impact kunnen hebben op de rest van de Chinese economie, bijvoorbeeld bij banken en andere projectontwikkelaars.

(ANP)