Het Hof van Justitie wees onlangs arrest in een zaak over aftrek van btw-voorbelasting. In deze zaak verrichtte de belanghebbende drie soorten activiteiten. Het ging om btwbelaste, om vrijgestelde en om niet-economische activiteiten.

De belanghebbende gaf vervolgens aandelen uit en maakte daar kosten voor. Hij stelde dat deze kosten ten goede kwamen aan de economische activiteiten van de onderneming. Hoe moet het recht op aftrek van voorbelasting worden bepaald, als een ondernemer zowel economische als niet-economische activiteiten verricht?

Het Hof beantwoordde deze vraag. Kosten zijn alleen aftrekbaar als ze kunnen worden toegerekend aan de economische activiteiten. Het Hof weigerde de belanghebbende echter aftrek voor de kosten die waren toegerekend aan niet-economische activiteiten.

Een ondernemer lijkt volgens ons zo niet langer per definitie een ondernemer voor al zijn activiteiten. Als ondernemers zowel economische als niet-economische activiteiten verrichten, kan de voorbelasting niet aftrekbaar zijn.

Althans, voor zover deze voorbelasting toerekenbaar is aan de niet-economische activiteit. Kosten voor zowel economische als niet-economische activiteiten moeten worden gesplitst in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel.

 

BRON: Tax Update Tijdschrift Financieel Management ism Deloitte