De innovatiebox gaat veranderen. Dit betekent dat naast de wijziging van een aantal definities ook de richtlijnen voor het bepalen welke innovatie in aanmerking komt voor fiscaal voordeel zijn aangepast. Dit meldt PNO Consultants.

Gemodificeerde nexus-benadering tegen belastingontwijking

Met het opstellen van de nieuwe richtlijnen wil de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voorkomen dat regelingen zoals de innovatiebox worden misbruikt als instrument voor belastingontwijking. De OESO is van mening dat dit lukt als uiterlijk 1 juli 2016 onder andere de ‘gemodificeerde nexus-benadering’ wordt ingevoerd. Deze benadering houdt in dat straks voor nieuwe innovaties (IP) de (ontwikkel-)kosten mede bepalend worden voor de hoogte van het innovatieboxvoordeel. Dit heeft tot gevolg dat bedrijven die gebruik maken of gebruik gaan maken van de innovatiebox straks voor hun ontwikkelde innovaties écht goed de gemaakte kosten moeten kunnen verantwoorden. Enerzijds moeten zij namelijk aantonen wat de kosten zijn van hun eigen innovatie-activiteiten, maar anderzijds ook wat de kosten zijn van gekochte (deel)innovaties (IP) en/of aan (verbonden) partijen uitbestede (ontwikkel-)activiteiten.

Maak aparte administratie voor ontwikkelkosten

“Om er dus voor te zorgen dat u straks in de innovatiebox-onderhandeling met de Belastingdienst de verschillende kosten goed in kaart hebt, is het dus belangrijk om vanaf nu de IP-(ontwikkel-)kosten apart te administreren,” aldus PNO Consultants. “Zorg daarbij dat u helder in kaart brengt of deze kosten zijn gemaakt voor de eigen ontwikkeling, of voor de uitbesteding van de ontwikkeling. De kosten die worden gemaakt voor het aankopen van IP, of de kosten die worden gemaakt voor het uitbesteden van ontwikkelactiviteiten aan een belastingplichtige verbonden partij, maken wel onderdeel uit van het de totale voortbrengingkosten (‘deler’), maar zijn geen onderdeel van de kwalificerende voortbrengingskosten (‘teller’).

(PNO Consultants)